Er waart een spook door de kunstwereld, het spook van Calimero. Niet het aandoenlijke kuikentje met de halve eierschaal op het hoofd, maar zijn volwassen, theoretisch geschoolde variant. Hij citeert probleemloos kritische theorie, beheerst het vocabularium van uitsluiting en weet precies waarom hij niet wordt gezien. Niet omdat het werk hapert, niet omdat het verhaal diffuus is, maar omdat “het systeem” hem structureel klein houdt.

Galerie en curator, verzamelaar en criticus, museum en kunstbeurs: allen zouden zich in een stilzwijgende alliantie hebben verenigd om hem buiten te sluiten. Het is een sluitend verhaal, moreel helder en bijzonder comfortabel. Want wie het spook omarmt, hoeft niet langer te twijfelen. Twijfel is lastig. Zelfonderzoek nog lastiger.

Er waart dus iets rond. Het is echter geen revolutie, maar een narratief. En het probleem is niet dat er ongelijkheid bestaat. Die is er. Net zoals in elke sector waar erkenning schaars is en reputatie kapitaal. Het probleem is dat het calimerocomplex een ideologie wordt. Het biedt een duidelijke vijand, een helder schuldmodel en vooral: een vrijgeleide om niet naar binnen te kijken.

De mythe van het recht op erkenning

Er leeft een hardnekkige overtuiging dat kwaliteit automatisch recht geeft op zichtbaarheid. Alsof erkenning een natuurlijke uitkomst is van talent en inzet. Alsof de wereld op een dag collectief wakker wordt en beseft dat ze jou over het hoofd heeft gezien. In dat wereldbeeld is falen zelden een kwestie van positionering, communicatie of inconsistentie, maar bijna altijd een kwestie van onrecht.

De werkelijkheid is minder heroïsch. Zichtbaarheid is geen natuurwet, maar het resultaat van keuzes, relaties, timing en strategie. Dat laatste woord roept weerstand op, alsof nadenken over presentatie een verraad aan de autonomie zou zijn. Kunst mag autonoom zijn, een carrière is dat niet. Wie weigert zijn werk helder te positioneren of professioneel te communiceren, kan moeilijk verbaasd zijn wanneer het stil blijft. De stilte is zelden een complot. Vaker is ze het gevolg van onduidelijkheid.

“Ze” als handig rookgordijn

In het universum van het calimerocomplex bestaat een amorfe en onzichtbare tegenstander: “zij”. Zij van de galerie. Zij van het museum. Zij van de subsidiecommissie. Ze kennen elkaar, kiezen elkaar, beschermen elkaar. Het is een narratief dat elke complexiteit reduceert tot een eenvoudig schema van macht en uitsluiting.

Soms is er inderdaad sprake van gesloten circuits. Maar wat zelden volgt, is een nuchtere analyse van de eigen praktijk. Hoe scherp is het werk werkelijk? Hoe consistent is het oeuvre? Hoe overtuigend is het verhaal? Het is eenvoudiger om te fulmineren tegen het systeem dan om een portfolio te herwerken. Eenvoudiger om te posten dan om te verdiepen. Verontwaardiging is een snel antwoord. Zelfkritiek vraagt tijd en moed.

Slachtofferschap als identiteit

Wat begint als terechte kritiek kan ongemerkt een identiteit worden. Slachtofferschap wordt een badge van morele superioriteit. “Ik hoor niet bij hen” klinkt plots als een bewijs van authenticiteit. Falen wordt een teken van zuiverheid. Afwezigheid van erkenning wordt een geuzennaam.

Maar zuiverheid zonder impact is gewoon onzichtbaarheid. En onzichtbaarheid is zelden het resultaat van één groot complot. Vaker is ze het gevolg van een reeks kleine beslissingen die nooit echt werden genomen: geen duidelijke richting, geen consistente aanwezigheid, geen strategische keuzes. Het spook van Calimero fluistert ondertussen dat het allemaal niet nodig is. Dat het systeem toch tegen je is.

Geen stap vooruit

Een calimerocomplex biedt troost. Het vereenvoudigt een complexe realiteit en creëert een heldere rolverdeling: zij zijn groot, ik ben klein. Maar het is een slechte motor. Het houdt warm, maar beweegt niets. Het verandert geen beleid, scherpt geen oeuvre aan en overtuigt geen publiek. Het maakt van de kunstwereld een permanent strijdtoneel waarin iedereen tegelijk slachtoffer en morele winnaar kan zijn – behalve het werk zelf.

De kunstwereld heeft nood aan scherpe structuurkritiek, ja. Aan meer transparantie en minder gesloten netwerken, absoluut. Maar evenzeer aan zelfreflectie, professionaliteit en een dosis ironie. Minder energie in het aanwijzen van “ze”. Meer in het versterken van “ik”. Minder spookverhalen. Meer verantwoordelijkheid.

Dat is minder comfortabel dan het calimeronarratief. Maar het brengt tenminste iets in beweging.


Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder