Eind vorig jaar deed een veilingweek in New York de internationale kunstmarkt opnieuw opveren. Phillips, Sotheby’s en Christie’s noteerden een totale verkoop van 1,57 miljard dollar tijdens de Marquee Evening Sales, een stijging van 73 procent ten opzichte van 2024. Het was de eerste keer in drie jaar dat de markt opnieuw aantrok. Hoe indrukwekkend ook, die cijfers staan ver af van de manier waarop de Belgische kunstmarkt zichzelf vandaag moet heruitvinden. Yves Joris legt uit hoe dat zit.

De Belgische kunstmarkt: opwindend maar riskant

Peter Bernaerts. © Bernaerts auctioneers

Op 19 november 2025 pronkte Sotheby’s met een Gustav Klimt van ruim 200 miljoen euro. Het is het soort nieuws dat wereldwijde aandacht krijgt, maar dat in België vooral voor opgetrokken wenkbrauwen zorgt. Hier geen miljardendeals, maar een subtiele verschuiving van de krachten. Geen sky is the limitretoriek, maar de vraag hoe het ecosysteem overeind kan blijven bij stijgende kosten, dalende impulsaankopen en structurele onzekerheid. Achter de internationale records schuilt voor ons land een ander verhaal: dat van een markt die tegelijk rijk en kwetsbaar is, van een traditie die kraakt, maar niet breekt, en van spelers die proberen te overleven in een landschap dat steeds minder voorspelbaar wordt.

Ik sprak met veilingmeester Peter Bernaerts (Bernaerts Auctioneers) en legde dezelfde vragen voor aan galeristen, verzamelaars en kunstenaars. Hun stemmen tekenen een complex beeld: soms kritisch, soms voorzichtig optimistisch, maar altijd doordacht.

Peter Bernaerts hoeft niet lang na te denken wanneer ik hem vraag hoe hij de kunstmarkt vandaag ervaart. “Het is nog nooit zo’n interessante tijd geweest voor de particulier om te kopen”, zegt hij bijna terloops. “Omdat er zó veel op de markt komt. We zien veel goed werk, origineel werk, stukken die vroeger zorgvuldig werden afgeschermd door handelaars. De dijken zijn losgeslagen.”

De Belgische kunstmarkt: opwindend maar riskant

© Bernaerts Auctioneers

Die metafoor is treffend. Waar de secundaire markt ooit een overzichtelijke rivier was, is ze uitgegroeid tot een delta van internationale platforms, onlineveilingen, Instagram-cycli, curated sales en spontane popups. Kunst komt van overal en gaat naar overal. Dat maakt de markt democratischer, transparanter, maar ook moeilijker te duiden. De versnelling van de afgelopen vijf jaar heeft het speelveld grondig gewijzigd.

En dat kan leiden tot frictie, want tegenover het overaanbod staat volgens Bernaerts een opvallende leegte, een gebrek aan historisch besef. “Er is een kenniserosie”, zegt hij. “Mensen lopen de next big thing achterna zonder te beseffen wat er in de vorige eeuwen al is gemaakt. Als ik werk zie in hedendaagse galeries, vraag ik me soms af of kopers weten dat die beeldtaal honderd jaar geleden al bestond.”

Die erosie vertaalt zich niet alleen in aankopen, maar ook in de manier waarop men kijkt. De snelheid van de markt werkt een soort oppervlakkigheid in de hand. Kunst wordt in toenemende mate verorberd via sociale media: contextloos en vluchtig. “En dat”, zegt Bernaerts, “is precies wat een veilinghuis kan corrigeren. Wij zijn een doorgeefluik van kennis, niet alleen van objecten. Wie op kijkdagen van een veilinghuis rondloopt, leert vanzelf een onderscheid te maken. Maar dat vergt engagement. Kunst kopen is niet vrijblijvend. Je moet willen begrijpen wat je ziet, waar het vandaan komt, waarom het relevant is.”

De Belgische kunstmarkt: opwindend maar riskant

Gwendolyn Grolig

Opvallend genoeg klinkt die waarschuwing ook door bij Gwendolyn Grolig (specialist hedendaagse, moderne en impressionistische kunst bij Sotheby’s). Ook zij ziet een overvloed aan data, maar schaarse interpretatie ervan. “Digitalisering zorgt voor transparantie, maar niet voor inzicht. Je kan over data beschikken, maar dat is iets anders dan ze intelligent te gebruiken.”

Op de achtergrond klinken bovendien de echo’s van mondiale onzekerheid; de krimp van 2024 werkt nog na. Het nieuwe normaal is er een waarin men blijft kopen, maar met een gespannen rationaliteit, alsof elke aankoop meer doordacht moet zijn dan voorheen. De Belgische verzamelaar is nog altijd actief, maar minder impulsief. Verlangen wordt afgewogen tegen voorzichtigheid. Esthetiek tegen risico. Verwondering tegen maatschappelijke context.

Een van de meest uitgesproken veranderingen van de laatste jaren is het verzamelpubliek zelf. De Belgische markt krijgt te maken met een historische vermogensoverdracht: babyboomers schuiven nalatenschappen door naar gen X’ers en millennials. En die jongere generaties kijken anders naar kunst.

De Belgische kunstmarkt

© Bernaerts Auctioneers

Ze zijn internationaal opgegroeid, digitaal onderlegd, gewend om prijzen, tentoonstellingen en provenance (herkomst) te checken, en dus tegelijk opmerkelijk minder impulsief. Dat valt ook op in internationale rapporten, zoals die van Art Basel, waarin jonge verzamelaars hun keuzes steeds zorgvuldiger onderbouwen. Ze hechten belang aan maatschappelijke relevantie, duurzaamheid, diversiteit. Ze kiezen kunstenaars niet langer uitsluitend op basis van esthetiek, maar op betekenis, stem en positie in het veld.

Toch schetst verzamelaar Joost Vanhaerents (Vanhaerents Art Collection) een complexer beeld. Hij ziet dat de snel stijgende prijzen voor jonge kunstenaars een afschrikeffect hebben. “Kunst verzamelen wordt iets voor de happy few”, zegt hij. “Een collectie als de onze opbouwen is vandaag bijna onmogelijk. Jonge verzamelaars wijken uit naar design of luxeartikelen omdat de kunstmarkt te snel is gegaan.”

Ook Bernaerts voelt die spanning. Hij ziet twee generaties botsen in hun relatie tot risico. De oudere generatie, die decennialang kunst kocht gebaseerd op emotie of intuïtie, is vandaag opvallend bereid verlies te nemen. “Ze hebben er veertig jaar mee geleefd, ze hebben ernaar gekeken, er gesprekken over gevoerd. Dan mag het weg. Er is geen drama.” De jonge generatie daarentegen koopt anders. “Ze kopen met de oren, niet met de ogen”, zegt Bernaerts. “Ze willen zekerheid, weten dat iets later meer waard zal zijn. Maar zo werkt kunst niet.” Misschien is dat wel de kern van het huidige spanningsveld: een markt die op traditie steunt en een publiek dat in financiële parameters denkt.

De Belgische kunstmarkt:

Paul Declercq, kunstverzamelaar

Verzamelaar Paul Declercq ziet intussen dat het publiek inhoudelijker wordt. Jongeren zoeken niet alleen schoonheid, maar betekenis. Ze willen intelligente kunst zien, kunst die frictie creëert, een geweten wil schoppen. Figuratie blijft populair, maar ook kunstenaars met een uitgesproken maatschappelijke stem winnen terrein. Toch botst dat verlangen soms met de realiteit van de Belgische markt, waar budgetten beperkt zijn en jonge kunstenaars niet altijd de ruimte krijgen om te evolueren zonder commerciële druk.

Het gevolg is een markt die nieuw talent wel verwelkomt, maar zelden beschermt. En dat maakt het landschap grillig: opwindend voor wie zoekt, maar riskant voor wie creëert.

België heeft een rijke traditie van verzamelen, een sterke secundaire markt en een levendige galerijcultuur. Maar dat systeem kraakt. En dat werd door alle stakeholders bevestigd.

De Belgische kunstmarkt:

Kunstenaar Nick Ervinck. © Nick Ervinck

Galeriehouder Adriaan Raemdonck (De Zwarte Panter) laat een kritische stem over het cultuurbeleidoren. Hij vreest voor een “artistieke depressie” wanneer besparingen blijven aanslepen. Het verdwijnen van een volwaardig museum voor hedendaagse kunst in Antwerpen noemt hij ronduit nefast: “We staan internationaal op de kaart, maar dat blijft niet vanzelf zo. Een overheid die haar kunstinstellingen niet koestert,
ondergraaft haar eigen fundamenten.”

Kunstenaars zoals Nick Ervinck benoemen dat nog scherper. Hij ziet een sector die “stilaan wordt uitgehold”, een landschap waarin ambitie, experiment en internationalisering steeds moeilijker worden. De laatste jaren is het uitzonderlijk geworden dat een Belgische kunstenaar een grootschalige museale solotentoonstelling krijgt. Veel galeries opereren op het randje van wat haalbaar is. En hoewel enkele namen internationaal schitteren, blijft het merendeel van de kunstenaars afhankelijk van een fragiele infrastructuur.

Toch is er ook ruimte voor hoop. Bernaerts merkt bijvoorbeeld een opvallende ontdooiing tussen musea en de markt. Waar vroeger wantrouwen heerste, kwam samenwerking in de plaats. Curatoren kloppen bij veilinghuizen aan voor beeldmateriaal, herkomstonderzoek of expertise; onderzoekers vinden sneller toegang tot collecties; instellingen en handelaars zoeken elkaar op vanuit een gedeelde verantwoordelijkheid voor kennis. “De tijd dat wetenschap en handel tegenover elkaar stonden is voorbij”, zegt Bernaerts. “Dat is een enorme vooruitgang.”

De Belgische kunstmarkt

Rinus Van de Velde in Abby, Kortrijk © Rinus Van de Velde

Daarnaast floreren laagdrempelige musea zoals Abby in Kortrijk en het KMSKA in Antwerpen, waar kunstbeleving en gastvrijheid hand in hand gaan, of galerieën die inzetten op toegankelijkheid en dialoog. Volgens Paul Declercq zit precies daar het toekomstpotentieel van de Belgische markt: in plekken die mensen niet afschrikken, maar uitnodigen; in instellingen die hun taal aanpassen aan een breder publiek; in kunst die weer een gedeelde ruimte wordt in plaats van een verheven bastion.

De stemmen klinken bijna unisono. Het ecosysteem kraakt, maar het valt niet om. Het zoekt nieuwe vormen, nieuwe samenwerkingen, nieuwe manieren om betekenis en waarde te creëren. De uitdaging is niet om terug te keren naar vroeger, maar om het landschap opnieuw te durven uitvinden.

Hoe ziet de Belgische kunstmarkt er binnen vijf jaar uit? Een ding is zeker: niemand gelooft nog in de vanzelfsprekendheid van groei. Toch is er, verrassend genoeg, meer hoop dan somberheid. Dat komt omdat de fundamenten van onze markt – de verzamelaars, de veilingtraditie, de kunsthistorische rijkdom – sterker zijn dan ze op het eerste gezicht lijken. De secundaire markt is robuust, gevarieerd en verrassend dynamisch. Jongere generaties tonen nieuwsgierigheid, zelfs als hun koopkracht tegenstribbelt. En als digitalisering intelligent gebruikt wordt, kan het een democratiserende kracht worden in plaats van een oppervlakkige.

De Belgische kunstmarkt:

© Bernaerts Auctioneers

Maar er blijven grote uitdagingen. De kloof tussen primaire en secundaire markt wordt groter. De institutionele ondersteuning is fragiel. De druk op kunstenaars neemt toe. En het internationale speelveld is harder dan ooit, met landen die agressief investeren in cultureel prestige terwijl België aarzelt.

Gwendolyn Grolig verwoordt de kern van de evolutie. Volgens haar keren we terug naar een ‘genormaliseerde’ markt, waar speculatie minder op applaus kan rekenen en waar kwaliteit opnieuw centraal staat. Dat klinkt bijna ouderwets, maar het is precies wat België altijd sterk heeft gemaakt: een cultuur van kijken, van nuance, van koppige kwaliteit. 

Dit artikel verscheen eveneens in OKV2026.1


Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder