Soms is het de ruit van een café, soms een plas regenwater, soms het glanzende oppervlak van staal. Inge Dompas toont ons dat de stad voortdurend terugkijkt. Niet alleen naar zichzelf, maar ook naar ons. In haar nieuwe reeks Reflections – een titel die in het Nederlands zowel weerspiegeling als beschouwing kan betekenen – ontvouwt zich een poëtische dialoog tussen het vluchtige en het blijvende, tussen de bewegingen van de massa en de intieme momenten van introspectie. Haar werk nodigt uit om stil te staan, precies daar waar de stad ons doorgaans vooruitduwt.
Spiegelingen van de stad
Inge Dompas’ schilderijen zijn ankerpunten in een wereld die voorbijtrekt. In Reflections vangt zij anonieme passanten die even blijven hangen in een venster, een spiegeling in een plasje regen, een vage contour in een uitstalraam. Het zijn geen portretten in de klassieke zin; ze tonen geen vastgelegde identiteit. Het zijn eerder echo’s van aanwezigheid, schimmen die bestaan in de ruimte tussen zichtbaarheid en verdwijning.
Op deze manier wordt de stad zelf een personage: een lichaam dat voortdurend ademt, weerspiegelt en verdubbelt. Architectuur vormt geen achtergrond maar neemt actief deel aan de omgeving. Ramen worden spiegels, muren fluisteren verhalen terug.
Het verlangen naar verbinding
“Mijn leven is een zoektocht naar verbinding,” schrijft de kunstenares zelf over deze reeks. Het is een zin die als sleutel kan worden beschouwd voor haar hele oeuvre. Want achter de ogenschijnlijke afstandelijkheid van stedelijke anonimiteit sluimert altijd een verlangen naar nabijheid.

Het werk A phone call away maakt dit tastbaar. Een vrouw belt bij een raam, verbonden met iemand ver weg. Maar in de reflectie van het raam verschijnt een ander gezicht, een voorbijganger, iemand die niets met haar gesprek te maken heeft. We zien de vrouw in dialoog met een afwezige, maar tegelijk roept de onverwachte aanwezigheid in het spiegelbeeld de vraag op: welke verantwoordelijkheid dragen wij tegenover de onbekende blik die ons onverwacht ontmoet? Dompas toont ons dat verbinding nooit alleen via intentie gebeurt; ze ontstaat ook via toevallige kruisingen, via blikken die ons vinden in reflecties.
Van stadsplanning naar poëtische schilderkunst
Dat Inge Dompas een achtergrond heeft in stedenbouw, laat zich voelen in de manier waarop ze de bewegingen van mensen en de structuren van de stad observeert. Haar schilderijen registreren niet alleen individuen, maar ook de dynamiek van de massa: de choreografie van lichamen die zich door regels, straten en ritmes bewegen.
En toch overstijgt haar werk elke functionele analyse. Waar stedenbouw het verkeer wil ordenen, laat Dompas het juist ontsporen in poëzie. Haar verf tast de grens af tussen figuratie en abstractie. Soms zijn de contouren van mensen duidelijk leesbaar, soms vervagen ze tot bijna onherkenbare vlekken, alsof de schilder zelf niet zeker weet of ze herinnering, droom of realiteit vastlegt.
In Mind travel, waarin boeken zich opstapelen als portalen, is Maurice Merleau-Ponty’s gedachte voelbaar dat zien altijd wederkerig is (Phénoménologie de la perception, 1945). De lectuur van een boek is een manier van reizen zonder zich te verplaatsen, maar tegelijk wordt de lezer zelf “gelezen” door de verhalen. Zo ook in Dompas’ schilderijen: de beschouwer ziet de stad, maar wordt tegelijk teruggekaatst, in beeld gebracht, gespiegeld.

De formele taal van reflectie
Wie naar Dompas’ schilderijen kijkt, merkt hoe cruciaal haar techniek is. Ze werkt hoofdzakelijk in olieverf, een medium dat haar de mogelijkheid geeft om gelaagd te werken. Transparante verflagen suggereren de glans van glas of het vlakkige wateroppervlak, terwijl dikkere toetsen een fysieke aanwezigheid oproepen. In die wisselwerking tussen dun en dik ontstaat een ritme dat de vluchtigheid van de reflectie tastbaar maakt.
Het kleurgebruik is doorgaans ingetogen: veel grijzen, zachte blauwen, gebroken witten. Toch sluipen er accenten binnen – een rode jas, een lichtvlek, een donkere schaduw – die de blik leiden. Dompas gebruikt deze kleuraccenten niet als decoratie, maar als focuspunten: ze markeren de aanwezigheid van een menselijk gebaar binnen de anonieme stroom.
De compositie is vaak asymmetrisch. Figuren worden half afgesneden door kaders, spiegels en randen, alsof ze toevallig in beeld belandden. Dit benadrukt hun anonimiteit, maar ook hun realiteit: in het echte leven vang je mensen immers zelden frontaal en volledig. Het kader van het schilderij functioneert net zoals het kader van een raam: het toont altijd een fragment, nooit het geheel.
Licht speelt een sleutelrol. Het is geen dramatisch clair-obscur zoals bij de barok, maar een diffuus, stedelijk licht: reflecties die breken, verschuiven en vervagen. Het is het licht van schemer, van nat asfalt, van glazen gevels. Een licht dat niet bezit, maar verdubbelt. Zo worden de schilderijen geen statische registraties, maar momentopnames die voortdurend in beweging lijken.
Hopper en Richter: verwantschap en verschil
Dompas’ werk plaatst zich in een traditie waarin reflectie en urbaniteit belangrijke motieven zijn. Met Edward Hopper deelt ze de fascinatie voor het menselijke moment dat zich afspeelt achter glas. Hopper schilderde vaak cafés, ramen en interieurs waarin eenzaamheid en introspectie voelbaar waren. De bekendste voorbeelden zijn wellicht wel Nighthawks (1942) en Morning Sun (1952). Bij Hopper is het glas een barrière: het schermt de figuren af van de buitenwereld en accentueert hun isolement. Bij Dompas daarentegen wordt het glas een spiegelend oppervlak dat verdubbelt in plaats van afsluit. Haar figuren zijn niet opgesloten, maar drijven tussen binnen en buiten, tussen aanwezigheid en afwezigheid.
Met Gerhard Richter deelt ze de interesse in de vaagheid van het beeld. Richters Stadtbilder (1968–1971) en zijn wazige fotorealistische schilderijen tonen de ongrijpbaarheid van de werkelijkheid: een beeld dat tegelijk opduikt en verdwijnt. Ook Dompas hanteert een schildertaal waarin figuren half oplossen, half verschijnen. Maar waar Richter vaak de twijfel over de waarheid van het beeld centraal stelt, gebruikt Dompas deze vaagheid om intimiteit te scheppen. Haar vegen en vervagingen zijn geen ontkenning van de werkelijkheid, maar een uitnodiging tot beschouwing: ze laten ruimte voor de kijker om zich in de reflectie te herkennen.
In die zin bevindt ze zich op het kruispunt van Hopper en Richter: de ene schenkt haar de gevoeligheid voor menselijke aanwezigheid, de ander het besef dat elke afbeelding een spel is van zichtbaar en onzichtbaar. Dompas’ Reflections combineert beide lijnen en maakt er een hedendaagse, poëtische variant van.
Epiloog: een uitnodiging tot kijken
Inge Dompas schildert de moderne stad zoals ze wordt beleefd: gefragmenteerd, gespiegeld, vol vluchtige indrukken. Maar ze voegt er een laag van tederheid en beschouwing aan toe. Haar werk is geen aanklacht tegen de stad, maar eerder een poging om daarin betekenis te distilleren.
Wie haar Reflections bekijkt, ziet niet alleen stedelijke fragmenten. Men ziet ook zichzelf – als voorbijganger, als waarnemer, als iemand die zoekt naar verbinding. Misschien is dat de grootste kracht van deze reeks: ze geeft de kijker terug aan zichzelf.
In de spiegeling van de ander, schrijft Dompas, zien we onszelf. Dat is geen vrijblijvende gedachte, maar een fundamentele uitnodiging. Haar werk fluistert: kijk opnieuw. Niet alleen naar de stad, maar ook naar je eigen binnenwereld.
Ontdek meer van Kunstflaneur.be
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
