Het mooiste moment van een veiling? Niet de kunst. Nooit de kunst. Het is de opkomst van de veilingmeester. Met de zelfverzekerdheid van een popster betreedt hij het podium, hamertje in de ene hand, een glimlach die half dreiging, half verleiding is. Hij is de showrunner, de presentator, de spelleider. Zonder hem geen spanning, geen drama, geen climax. De werken die geveild worden? Zij spelen hooguit de rol van decorstukken.

De veilingmeester als spelshowhost

De zaal is zorgvuldig verdeeld in cast en publiek. Voorin zitten de “kandidaten”: de bellers, de adviseurs, de discretieconsulenten. Ze zijn acteurs die doen alsof ze terloops hun hand opsteken, alsof miljoenen slechts klein bier zijn. In werkelijkheid is elk vingertje dat omhoog gaat een scène in een zorgvuldig geregisseerde soap. Achterin de zaal zitten de toeschouwers, de figuranten die mogen applaudisseren, fotograferen en fluisteren. Ze zullen later beweren dat ze erbij waren, zoals men ooit zei een Elvis-concert te hebben meegemaakt.

En dan begint het. Het openingsbod klinkt als een tromgeroffel: laag genoeg om iedereen warm te maken, hoog genoeg om de illusie van exclusiviteit in stand te houden. De biedingen volgen elkaar op, als shots in een montagesequentie. Do I hear ten? Fifteen? Twenty? De stem van de veilingmeester zwelt aan, een crescendo dat elk operahuis jaloers zou maken. De deelnemers doen hun best hun nervositeit te verbergen, maar de spanning is zichtbaar. Zweetdruppels achter het oor, een hand die nét te lang in de lucht blijft hangen. Een nerveuze beweging wanneer de neus jeuk en men zeker geenbod wil uitbrengen.

Kunst als bijzaak, headlines als hoofdprijs

De hamer is de ultieme rekwisiet. Elk tikje is een cliffhanger. Going once… going twice… Hier wordt geen kunst verkocht, maar adrenaline. Het doek van een overleden meester, de installatie van een jonge belofte, het maakt niet uit. Het zijn fiches op de pokertafel, legitimaties van status, bewijzen van koopkracht.

Het ironische is dat de waarde van het kunstwerk geen seconde meer samenhangt met de verf, het doek of de sculptuur. Wat telt, is de headline de volgende dag: “Recordprijs voor een onbekend werk uit 1973.” Niemand vraagt nog naar de kwaliteit; iedereen praat over de nul die eraan toegevoegd werd. Het werk is plots belangrijk omdat iemand te veel betaalde. Het is kunstkritiek in de vorm van een bankoverschrijving.

De tragiek van de zwijgende hoofdrolspelers

Ondertussen speelt zich een tweede show af, minstens zo komisch: de teleurgestelden. Zij die nét te vroeg hun hand lieten zakken, de telefoonkopers die met stijve glimlach de zaal verlaten. Het zijn de verliezers in dit realityformat. Ze krijgen geen camera, geen applaus, geen champagne. Ze worden vergeten, tenzij ze volgende keer terugkeren met een dikkere portefeuille.

Het tragikomische is dat het kunstwerk zelf, dat zwijgzame object, de enige deelnemer is zonder stem. Het kijkt toe hoe er om hem heen wordt geboden, geklapt en gezweet. Na de hamer wordt het in een houten kist geschoven, op transport gezet en opgeborgen in een kluis. Tot het, jaren later, opnieuw mag schitteren in een volgende aflevering.

Misschien is dat wel de ultieme ironie: de veiling als een eindeloze realityshow met seizoenen, cliffhangers en terugkerende personages. Kunstenaars sterven, maar hun werken blijven circuleren in dit programma dat nooit wordt afgevoerd. En wij? Wij kijken, applaudisseren en doen alsof we getuige zijn van cultuurgeschiedenis. Terwijl we in werkelijkheid een aflevering van Cash or Art meemaken.

Kortom: de kunstwereld heeft zijn eigen Netflix, maar de abonnementskosten zijn enkel voor de happy few.


Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder