Al een aantal maanden schrijf ik in mijn wekelijkse column dat de kunstkeizer naakt is. Nu lijken de cijfers me gelijk te geven. Het halfjaarrapport van Artnet leest als een kroniek van aangekondigde neergang. Geen cyclische dip, maar een structurele crisis: de kunstmarkt wordt eindelijk geconfronteerd met de gevolgen van haar eigen zelfgenoegzaamheid. Tijd om de illusie van eindeloze groei te doorprikken.

De storm van de middelmatigheid

De jongste cijfers uit het Artnet Intelligence Report Mid-Year 2025 lezen als een röntgenfoto van een zieke patiënt. De kunstmarkt, jarenlang opgepompt door speculatie en kunst als investering, gaat gebukt onder haar eigen obesitas. Een daling van 8,8 procent in veilingverkopen, het laagste halfjaarresultaat in tien jaar, is geen gewone krimp meer maar een signaal van uitputting. De markt kraakt, de infrastructuur van beurzen, galerieën en adviseurs wankelt. Kunst is opnieuw slachtoffer van haar rol als financiële fetisj.

De cijfers zijn onthutsend in hun ironie. Terwijl het ultra-contemporary segment (kunstenaars geboren na 1974) decennialang het speeltje van speculanten – met 31,3 procent instort, vieren de Old Masters een renaissance van 24,4 procent. Pieter Brueghel de Jonge, Frans Hals en Francesco Guardi blijken vandaag veiliger havens dan de gehypete schilders van Instagram, die te snel en te hoog in de stratosfeer werden gekatapulteerd. Het is alsof de markt plots ontdekt dat geschiedenis meer waard is dan hype, een besef dat elke student kunstgeschiedenis al bij de eerste les meekrijgt.

Maar laten we niet te snel victorie kraaien. Het topsegment boven de tien miljoen dollar implodeerde met 43,4 procent. De trofeeënjagers zijn verdwenen, en dat is misschien maar goed ook. Want hoeveel Mondriaans, Warhols en Lichtensteins moeten er nog worden uitgewisseld als pokerfiches, met amper één bod op een doek van bijna vijftig miljoen? Dit is geen verzamelwoede meer, dit is speculantenlogica.

De laatste doet het licht uit

Galerieën sluiten links en rechts: Clearing, Blum, Kasmin, Venus Over Manhattan. Hun klachten zijn unisono: overheads te hoog, prijzen onhoudbaar, plezier weg. De kunstwereld die zichzelf decennialang wijsmaakte dat ze immuun was voor cycli, botst nu keihard op de realiteit. De Belgische verzamelaar Alain Servais vat het kernachtig: “Het is niet cyclisch, het is structureel. Er zijn te veel galeries, te veel beurzen, te veel kunstenaars. Bloed zal vloeien voor de markt een nieuw evenwicht vindt.”

Herontdekking van de trage blik

En terwijl de infrastructuur kraakt, schuift de markt stilletjes naar een nieuwe orde. Niet langer de blue-chip-galerijen die jonge kunstenaars versneld opblazen tot sterren, maar kleinschalige spelers die terugvallen op gemeenschap, traagheid en nomadische modellen. Het lijkt wel een terugkeer naar de menselijke maat, waar kunst geen spreadsheet is maar een ervaring.

Wat mij frappeert, is hoe weinig zelfkritiek er werkelijk doordringt. Men blijft praten over stabilisatie, over hoop, over non-financiële waarden, maar intussen rollen dezelfde namen van Basquiat tot Kusama over de veilingtafels, alsof men hardnekkig weigert te zien dat herhaling geen garantie is voor betekenis. De kunstmarkt blijft een perpetuum mobile dat zijn eigen gewicht ronddraait, blind voor de vraag of dit spel de kunst zelf niet uitholt.

Misschien is dit de kans om opnieuw te leren kijken. Om de fixatie op groeicijfers en ‘most bankable artists’ los te laten en terug te keren naar de trage ervaring van kunst als iets dat je niet bezit, maar dat je raakt. Niet de zoveelste grafiek in een rapport, maar de stilte voor een schilderij, de verwondering voor een lijn. De storm die nu door de markt jaagt, is pijnlijk, maar misschien ook noodzakelijk. Zoals een oud dak pas zijn lekkages toont tijdens de hevigste regen, zo legt deze crisis de zwaktes bloot van een systeem dat te lang dacht onaantastbaar te zijn. De vraag is niet of de markt herstelt, maar of ze nog weet waarvoor kunst er werkelijk is.

Nawoord

Het is verleidelijk om de kunstmarkt te bekijken als een thermometer van culturele gezondheid. Maar in werkelijkheid is ze vaak niet meer dan een koortsige spiegel: ze vergroot de symptomen van speculatie en zelfbedrog, terwijl ze de kern – de betekenis van kunst zelf – uit het oog verliest. Misschien is de huidige storm minder een catastrofe dan een noodzakelijke koortspiek. Alleen wie bereid is om door de koorts heen te zweten, zal opnieuw leren wat kunst werkelijk kan zijn: een bron van inzicht, weerstand en verwondering, ver voorbij het cijfermatige circus.


Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder