David Claerbout schittert vanaf 27 juni in een solotentoonstelling in het Kasteel van Gaasbeek. Een ensemble van zijn video’s is er te zien in de historische kasteelzalen, waaronder voor het eerst zijn nieuwste werk, The Woodcarver and the Forest. Yves Joris sprak de kunstenaar in het Musée de l’Orangerie in Parijs.
Hoe stel je iemand als David Claerbout (1969) voor? Deze creatieve duizendpoot staat bekend als een van de invloedrijkste kunstenaars van zijn generatie. Zijn oeuvre beweegt zich op het snijvlak van film, fotografie en schilderkunst, waarbij de concepten tijd en waarneming centraal staan. Voor dit interview gingen we nader in op de verhouding tussen de lineaire tijd en het moment van betekenisvolle tijd (begrippen, of goden, uit de Griekse mythologie die respectievelijk Chronos en Kairos heten). Deze dualiteit vormt de ruggengraat van zijn artistieke praktijk, waarin hij via digitale technieken probeert voorbij de oppervlakkigheid van het beeld te kijken. Tijdens dit interview was Claerbout volop bezig met de voorbereidingen voor zijn solotentoonstelling in het Parijse Musée de l’Orangerie. Het gesprek werpt een intrigerende blik op zijn diepgaande relatie met tijd, technologie en kunstenaarschap.
In zijn beschouwingen op de opkomst van kunstmatige intelligentie binnen de kunstwereld benadrukt Claerbout dat technologie niet enkel een hulpmiddel is, maar een volwaardige partner in het creatieve proces. “Ik heb het geluk dat ik wat kennis heb van hersenwetenschappen en een beetje geschiedenis van AI-technologie heb gevolgd. Maar vooral dankzij mijn assistent ben ik op de hoogte gebleven van de laatste ontwikkelingen. Ik denk dat ik vrij snel begreep wat je er echt mee kunt doen. Het gaat vooral om de juiste houding tegenover zo’n enorm krachtige techniek, dat ‘monster van Frankenstein’. Je moet daar echt met de juiste benadering mee omgaan, want anders krijg je alleen maar verkeerde resultaten. Dus hou je maar vast, want er komt een tsunami aan van oppervlakkige AI-kunst.”
De kunstenaar schetst verder de invloed van sociale media, platformen die niet alleen werken ontsluiten voor een wereldwijd publiek, maar ook de manier waarop kunst wordt geconsumeerd herdefiniëren. Zal het ervoor zorgen dat we anders naar kunst gaan kijken? “Kijk naar de afgelopen twintig jaar: de kunstindustrie is veranderd. Er zijn steeds meer mensen die de aantrekkingskracht van de snelle winst begrijpen. Tegenwoordig bestaat 97 procent van de kunstwereld uit schilderkunst, en dat is geen tijdelijke trend, maar een permanente verschuiving. Content creators en schilderkunst domineren nu de markt, en uiteindelijk blijven er slechts een paar enkelingen over die buiten dat systeem ageren.”

David Claerbout, Long Goodbye, 2007, eenkanaals videoprojectie in kleur, zonder geluid, 12 minuten, geïnstalleerd in Museum De Pont, Tilburg, 2009, courtesy Studio David Claerbout and Galerie Greta Meert, Brussels, foto: Peter Cox
De vanzelfsprekendheid van tijd
Claerbout beschrijft zichzelf als een “collaborateur met chronometrische tijd”, of wat Einstein ‘kloktijd’ noemde. De lineaire, meetbare tijd is de onvermijdelijke basis van zijn werk: hij maakt films, en films hangen nu eenmaal af van tijdseenheden. Die combineert hij met ritmes van ongerichte langdurigheid, losgekoppeld van de druk om menselijke doelen of productiviteit te dienen. “Ik zoek een bredere ervaring van tijd.” Hiervoor grijpt de kunstenaar vaak terug naar natuurlijke fenomenen zoals bomen of het verglijdende licht. Hij noemt het de vanzelfsprekendheid van tijd: “Zelfs een kat herkent de puls van de tijd. Alleen de stijlpolitie en kunstpausen hebben het moeilijk met een dergelijke eenvoud van het motief.”
Claerbout benadrukt dat dit soort tijdsbeleving niet vanzelfsprekend is in een wereld die draait op snelheid en instant bevrediging. Tijdens het interview beschrijft hij hoe de visuele cultuur, met haar focus op directe prikkels, steeds verder verwijderd raakt van deze tijdservaring. Hij haalt ook een intrigerend voorbeeld aan: “Veel kijkers zijn zo gewend aan snelheid dat ze nauwelijks nog kunnen kijken naar films zoals L’année dernière à Marienbad (zwart-witfilm uit 1961 van Alain Resnais, n.v.d.r.), het is eenvoudigweg niet langer compatibel met hun zenuwstelsel, terwijl mijn werk zich natuurlijk volledig in dat register situeert.”
Ik benader technologie, inclusief AI, als iets dat voorbijgestreefd is, maar ik observeer met interesse hoe de mens die technologie wordt.

David Claerbout, The Woodcarver and the Forest, 2025, eenkanaals videoprojectie in kleur, stereogeluid, flexibele duur, courtesy the artist and galleries Pedro Cera, Annet Gelink, Sean Kelly, Greta Meert, Esther Schipper, Rüdiger Schöttle
Vertrouwenscrisis
Volgens Claerbout bevindt de hedendaagse maatschappij zich in een crisis van vertrouwen in de visuele cultuur. “Het mechanistische beeld waarin we vertrouwen, is aan het verlopen,” zegt hij. Deze situatie vergelijkt hij met de crisis die de schilderkunst doormaakte tijdens de opkomst van de fotografie.
“In psychologie en wetenschap wordt vaak gesproken over een ‘vertrouwenssysteem’ als het gaat om de visuele, lichamelijke of persoonlijke perceptie van de wereld om ons heen. Een voorbeeld is de schizofrene patiënt, die moeite heeft om zijn zintuiglijke ervaringen te integreren en spontaan, op een natuurlijke manier te beleven. Ik denk dat we op een punt zijn gekomen waar we daar terechtkomen, waar dat vertrouwen in onze waarnemingen steeds meer wankelt.”
Claerbout omschrijft zichzelf als iemand die met brokstukken werkt, net zoals de moderne schilder Paul Cézanne (1839-1906) dat deed in de nasleep van de fotografische revolutie. “Ik voel me soms verwant met de positie van Cézanne, zonder me volledig te identificeren met zijn werk of zijn stijl. In zijn tijd, rond 1870-1875, wist men al goed wat de fotografie kon doen, maar niemand stond echt stil bij wat daar verder uit voort zou komen. Cézanne begreep snel dat hij de brokstukken van het oude moest opruimen en zijn werk opnieuw moest benaderen, zoekend naar een moderne essentie achter de fenomenen die de schilderkunst en de waarneming vormden.”
Claerbout gaat verder: “We leven in een tijd waarin het vertrouwen in beelden zelf uiteenvalt. Dat vraagt om een nieuwe benadering van kunst, een die niet langer draait om iconen, maar om de processen die zich achter de waarneming verschuilen.”
Voor Claerbout draait deze crisis niet enkel om ons vertrouwen in beelden, maar ook in technologie. “Al die miljoenen mensen die dagelijks iets posten op X of Instagram. Ze werken twee minuten aan iets, plaatsen het online, en voelen zich goed over het resultaat. Ze beseffen misschien niet – of misschien wel – dat het systeem hen beloont voor die snelle creaties. Bij mij is het anders. Ik benader technologie, inclusief AI, als iets dat voorbijgestreefd is, maar ik observeer met interesse hoe de mens die technologie wordt.”

David Claerbout, The Woodcarver and the Forest, 2025, eenkanaals videoprojectie in kleur, stereogeluid, flexibele duur, courtesy the artist and galleries Pedro Cera, Annet Gelink, Sean Kelly, Greta Meert, Esther Schipper, Rüdiger Schöttle
Een high van korte duur
Claerbout beschouwt zichzelf als een experimentalist. Hij houdt er niet van om twee keer hetzelfde te doen en balanceert vaak op de rand van het technisch en financieel haalbare: “Ik moet nieuwe horizonten kunnen vinden, anders houdt het op”.
Zijn benadering van AI weerspiegelt deze houding. Hoewel hij technologie omarmt, waarschuwt hij voor de verleidingen ervan. “AI belooft te veel, zoals een teveel aan suiker of dopamine. Het lijkt fantastisch, maar die high duurt maar heel kort, na twee keer kijken ontgoochelt het,” zegt hij. Voor Claerbout ligt de kracht van AI niet in het genereren van beelden, maar in de dialoog tijdens de ontwerp- en postproductiefase.
Naast kunstenaar is Claerbout ook een bedrijfsleider die een studio met meerdere medewerkers runt. Hij ziet zichzelf als producent en docent: “Ik moet mijn team benaderen als kunstenaars, niet als medewerkers.” Zijn rol als bedrijfsleider vraagt om een delicate balans tussen artistieke vrijheid en economische realiteit. Hij vergelijkt zijn studio met een academie waar voortdurend nieuwe technieken worden verkend. Geduld speelt hierbij een sleutelrol. “Wanneer ik met een idee zit, moet ik het maandenlang laten liggen en dan weer oppikken”, vertelt hij.
David Claerbout is een kunstenaar die niet alleen tijd bestudeert, hij benadert deze op een sculpturale manier. Zelf gebruikt hij graag het beeld van de stad: tijd als een soort bouwwerk of architectuur. Tegelijk erkent hij dat we, tenzij over gemechaniseerde tijd, zoals de frequentie van een lamp of een projector, over tijd eigenlijk niks concreets, niks finaals kunnen zeggen.
In een tijdperk waarin beelden vluchtig zijn en technologie een allesoverheersende rol speelt, biedt Claerbouts werk een ruimte van stilte, reflectie en diepgang. Zoals hij zelf zegt: “Ik ben altijd op zoek naar een tweede fase in een beeld, een nieuw leven dat zich kan ontvouwen.”
De zich steeds herhalende kortfilm The Woodcarver and the Forest is vintage David Claerbout. De film is ingetogen, subtiel en toch krachtig. In een hoekje van een houtbewerkersatelier, tegen de achtergrond van een majestueus sparrenwoud, doet de houtsnijder zijn ding. Met veel precisie en geduld maakt de man eetgerei uit houtblokken. Hij zaagt, schaaft en polijst het hout terwijl vogels zingen en de wind zachtjes door de bomen glijdt. Handeling en beeld zijn repetitief, op het meditatieve af. Als toeschouwer ga je als vanzelf trager kijken, terwijl de man zachtjes schuurt en schaaft. Pas na een tijd begint het te dagen dat het bos in de achtergrond de houtleverancier is. Terwijl de lepels zich langzaam opstapelen in de kamer, gaat het bosbestand achteruit samen met de dieren die er ooit thuis waren.
De expo At the window loopt nog tot 16 november in het Kasteel van Gaasbeek.
Dit artikel verscheen reeds eerder in Openbaar Kunstbezit Vlaanderen.
Ontdek meer van Kunstflaneur.be
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Ja! Het is onafwendbaar. En waar Claerbout spreekt over een vertrouwenscrisis in beelden, zie ik schilderen net als een manier om dat vertrouwen opnieuw op te bouwen: het kijken zelf schept immers bestaansrecht… Zoals Burroughs teksten doorsneed, snijd ik door digitale ruis; AI levert mij fragmenten en het is pas in de hercombinatie en de fixatie in olieverf dat die een betekenisvol tweede leven krijgen. Ik ben daarbij de beheerder van die fragmenten, een alchemist die op zoek naar goud die restanten cureert en tot een nieuw geheel ordent.