Er zijn dagen waarop ik mij afvraag of Rainer Maria Rilke, wanneer hij zijn Briefe an einen jungen Dichter schreef, kon voorzien dat de kunstenaar van de 21ste eeuw zich niet alleen meer moest bekommeren om het geheim van de schepping, maar evengoed om Excel-bestanden, facturatiesystemen, sociale media en portfolio-updates. Of dat hij zou begrijpen hoe de scheppende mens vandaag gedwongen wordt tot een veelzijdigheid die zich vaak tegen zijn eigen natuur keert. Rilke, die schreef dat men zich naar binnen moest keren om de ware stem te horen. Wat zou hij zeggen als hij een hedendaagse kunstenaar zou zien balanceren tussen atelier en administratie?

“Ga in uzelf,” schreef hijin een van zijn brieven. “Zoek de reden die u doet schrijven. Onderzoek of zij haar wortels uitstrekt tot in het diepste van uw hart.” Die innerlijke noodzakelijkheid, dat stille vuur, blijft ook vandaag de motor van de kunstenaar. Maar daarbovenop wordt van hem of haar gevraagd een ondernemingsnummer te bezitten, deadlines te beheren, een artist statement op te stellen, kortom: zich als zelfstandige in de kunstmarkt te positioneren. De vraag rijst: hoe bewaar je als kunstenaar de integriteit van je innerlijke stem, wanneer de buitenwereld roept om zichtbaarheid, rendement en meetbaarheid?

Kunstenaarspraktijk anno nu: tussen atelier, administratie en algoritme

Ik neem u graag mee naar een atelier aan de rand van de stad. De geur van lijnolie hangt in de lucht, pigmenten liggen als uitgestrooide geheimen op de tafel, en ergens in een hoek ligt een afgekeurde subsidieaanvraag. De kunstenaar die ik hier aantref heeft net een reeks werken afgewerkt voor een groepstentoonstelling. Maar in plaats van zich te laten leiden door het natrillende creatieve proces, moet hij zich buigen over een btw-aangifte, een transportfactuur, en het beantwoorden van drie mails van een galeriehouder die vraagt om “meer info in bullet points”.

Het is een schizofreen bestaan. Overdag schildert hij, ’s avonds probeert hij het algoritme van Instagram te doorgronden. In de vroege ochtenduren herschrijft hij zijn projectomschrijving voor een beurs die ‘maatschappelijke relevantie’ eist. “Kunst kan niet zonder context,” klinkt het in het beleidsdocument, maar de kunstenaar voelt zich steeds meer een manager van zijn eigen werk dan een hoeder van betekenis.

Toch is het noodzakelijk. Niet alleen omdat de wereld het vraagt, maar ook omdat kunst, wanneer ze geen plaats vindt in de wereld, onzichtbaar blijft. De ware opgave is dus: niet kiezen tussen scheppen en organiseren, maar beide laten samenvloeien in een hybride praktijk. Een synergie tussen kunst van het leven.

Artistiek ondernemerschap en de balans tussen creatie en controle

De hedendaagse kunstenaar is deeltijdse tuinman, archivaris, spreker, boekhouder, netwerker, schrijver van teksten en soms zelfs zijn eigen criticus. Sommigen vinden daarin een zekere autonomie: het vermogen om zelf te bepalen hoe en waar hun werk circuleert. Anderen raken erin verstrikt, verliezen hun kern en worden producenten van content eerder dan bewakers van kunst.

Wat zou Rilke hen aanraden? Misschien dit: “Heb geduld met alles wat onopgelost is in uw hart. Probeer de vragen zelf lief te hebben.” De vraag vandaag is dan wellicht: “hoe kan ik trouw blijven aan het onzichtbare, terwijl de wereld vraagt om zichtbaarheid? Hoe kan ik werken aan mijn innerlijke vorming, terwijl ik tegelijk een prijs per vierkante centimeter moet berekenen voor mijn schilderij?”

Een antwoord ligt misschien in het aanvaarden van de dualiteit. Inzien dat administratie, communicatie en strategie geen vijanden van de kunst hoeven te zijn, zolang ze de kern niet besmetten. Dat er een verschil is tussen marketing en zelfverlies. Dat een kunstenaar mag denken aan zijn rentabiliteit zonder zijn eigen ziel te verkwanselen. Het is een dans op een slappe koord, maar ook dat is een kunst op zich.

Ik denk aan een jonge kunstenaar die haar werk toonde in een galerie in Antwerpen. Ze vertelde me hoe ze maanden had gewerkt aan een installatie waarin keramiek, vuur en persoonlijke herinneringen samenkwamen. Maar toen het werk werd opgepikt door een curator, moest ze het hele concept reduceren tot een tekst van 500 tekens. “Het deed pijn,” zei ze, “maar het leerde me ook scherper te kijken naar wat ik zelf belangrijk vond.” Haar administratie werd geen ballast, maar een spiegel.

De kunstenaar van vandaag leeft in een tijd waarin de grens tussen binnen- en buitenwereld dun is geworden. Elke creatie wordt automatisch ook een publieke daad. In dat krachtenveld is het niet voldoende om enkel te scheppen. Men moet ook kunnen verwoorden, organiseren, verdelen, verzenden, promoten en soms verdedigen. En dat alles zonder te vergeten waarom men ooit begonnen is.

Misschien moeten we Rilke herschrijven, hem niet langer alleen als mystieke raadsman zien, maar als bondgenoot in een breder verstaan van kunstenaarschap. Misschien had hij, als hij vandaag leefde, een passage toegevoegd waarin hij zijn jonge dichter aanraadt om ook de boekhouding bij te houden, zijn werk degelijk te documenteren en zich te omringen met mensen die niet alleen kunst begrijpen, maar ook weten hoe je een dossier opbouwt.

Kunstenaars zijn geen kluizenaars meer. Ze zijn nomaden in een complexe wereld, en elk werk dat zij tot leven brengen, is ook een antwoord op de eisen van die wereld. Soms rebels, soms harmonieus, maar altijd in dialoog.

De sleutel tot (mogelijk) succes? Scherp blijven. Niet versplinteren. Zorgen dat de zakelijke aspecten het innerlijke vuur niet doven, maar juist bewaken. Want een kunstenaar is niet enkel een maker, maar ook een hoeder van beelden, betekenissen én zichzelf.

En wie dat begrijpt, die beseft: ook administratie kan een vorm van (artistieke) liefde zijn.


Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder