Sommige schilders laten zich lezen als een geschiedenisboek, anderen als een dagboek vol koortsige aantekeningen. Paul Delvaux, die zijn hele leven balancerend doorbracht tussen realisme en droom, is een dichter van het beeld. Zijn schilderijen roepen een beklemmende stilte op, als een nachtelijke treinreis waarbij de stations zich aaneenrijgen in een vage sluier van mist en melancholie. De figuren die hij laat opdoemen—bleke naakten, verstarde skeletten, slaperige Venussen—zijn aanwezig en afwezig tegelijk, gevangen in een tijdloze tussenruimte.

Paul Delvaux en zijn universum in La Boverie, Luik, is geen eenvoudige retrospectieve, maar een poging om de deuren te openen naar zijn raadselachtige wereld. Dit is niet zomaar een overzicht van een oeuvre, het is een uitnodiging tot verdwalen. Een tentoonstelling met meer dan 150 werken die voelt als een labyrint waarin de bezoeker zich laat meevoeren langs spiegelende beelden, vreemde ontmoetingen en een sluimerend gevoel van déjà vu. Wie zich de kans laat ontglippen om deze reis te maken, zal later beseffen dat hij een droom aan zich voorbij heeft laten gaan.

Een wereld zonder tijd

Paul Delvaux (1897-1994) was een eenzaat binnen het surrealisme. Hij sloot zich niet aan bij de beweging van Magritte en zijn geestverwanten, en toch is zijn werk doordrongen van diezelfde vervreemding, diezelfde obsessie voor het onlogische binnen het hyperrealisme. Waar Magritte echter zijn paradoxen met ironie bezegelde, bleef Delvaux een romanticus: zijn schilderijen zijn geen intellectuele raadsels, maar poëtische zinsbegoochelingen, waarin de tijd zijn greep verloren heeft.

De tentoonstelling in La Boverie brengt voor het eerst in decennia een volledig overzicht van zijn werk, van de vroege expressionistische doeken tot de ijle droomlandschappen waarin architectuur, treinen en mythologie zich verstrengelen tot een picturaal gedicht. De klassieke oudheid duikt overal op in zijn oeuvre: zuilengangen en tempelfaçades suggereren een verloren tijd, een beschaving die zich heeft teruggetrokken in de verstilde ruimtes van zijn verbeelding. Maar net zo vaak duiken er sporen op van de moderne wereld—stations, locomotieven, mannen in kostuum—alsof Delvaux de hele twintigste eeuw overspant en haar met een dromerige blik vanuit de verte gadeslaat.

Venus slaapt, het skelet glimlacht

Bezoekers worden niet enkel geconfronteerd met de schilderijen, maar ook met het proces achter de beelden. Via een reconstructie van zijn atelier krijgt de bezoeker inzicht in de manier waarop Delvaux werkte, hoe hij lijnen trok tussen herinnering en verlangen. In een unieke multimediaruimte is zelfs het schilderproces van Rumeurs (1980) te volgen: van ruwe schets tot afgewerkt doek, van een vage idee tot een wereld die zich opent.

Wat opvalt, is hoe Delvaux zijn personages behandelt: de slapende Venussen, geïnspireerd door een wassen beeld uit een Brusselse kermistent, liggen onaantastbaar in hun glazen doodskisten; de skeletten, ooit een jeugdtrauma, worden later bekenden, zelfs vrienden. “Ze zijn de essentie van het leven,” zei hij ooit. Waar Ensor of Rops de dood karikaturiseren of demoniseren, geeft Delvaux zijn skeletten een ingetogen, bijna tedere aanwezigheid. Alsof ze in stilte waken over de verstilde wereld die hij geschapen heeft.

De eindeloze perrons

En dan zijn er de treinen. Van kindsbeen af was Delvaux gefascineerd door locomotieven, door de haast mechanische melancholie van stations, door het eindeloze wachten op perrons waar niemand ooit aankomt of vertrekt. Zijn spoorweglandschappen behoren tot de meest mysterieuze uit zijn oeuvre: treinen die zich als fantomen door de nacht bewegen, rails die nergens heen lijken te gaan. De locomotief is bij Delvaux geen symbool van vooruitgang, maar van verstilling—een trein die de tijd zelf doorkruist, zonder haast, zonder bestemming.

Het is die unieke sfeer, dat raadselachtige gevoel van beweging binnen stilstand, die deze tentoonstelling zo bijzonder maakt. De scenografie van de expositie weerspiegelt deze gelaagdheid: schilderijen en tekeningen spiegelen zich in elkaar, motieven keren terug als echo’s, het atelier wordt opgeroepen als een geestverschijning.

Een droom die verdwijnt

Ik moet toegeven dat ik als kleine kunstflaneur schrik had van het werk van Delvaux. Te donker, te spookachtig. Aanwezigheden die uitblinken in hun leegte. Dat was tijdens een van mijn eerste bezoeken aan het KMSKA, ik gok 40 jaar geleden. Nu schrik ik meer van de beelden die ik te zien krijg van de Oval Office waaruit ik de laatste restjes democratie zie verdwijnen.

Op 16 maart 2025 sluit de tentoonstelling haar deuren. Daarna verdwijnt Delvaux opnieuw in de schemerzone, zoals zijn figuren verdwijnen in de nevel van zijn schilderijen. Dit is geen tentoonstelling die je enkel bekijkt, dit is een wereld die je betreedt, een droom waarin je jezelf verliest. Maar haast je—voor de stationsklok definitief stilvalt en de laatste trein de nacht in verdwijnt.

De expo is nog tot 16 maart te bezoeken in La Boverie, Luik.


Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder