Ik was al vroeg wakker. Veel te vroeg, besefte ik toen het licht van de digitale krant de slaapkamer vulde. Een artikel over de val van Thucydides trok mijn aandacht. De journalist trok de klassieke kaart om de ontmoeting tussen Trump (zou hij de naam van de man zelfs kunnen uitspreken?) en Xi Jinping toe te lichten. Een opkomende macht bedreigt een gevestigde macht. Niet omdat de nieuwkomer oorlog wil, maar omdat de oude macht bang is haar plaats kwijt te raken.
Ik dacht meteen aan de kunstwereld. Dat is het nadeel van twintig jaar vernissages. Je leest geen geopolitiek meer zonder aan cava en canvas te denken.
De grootmachten
Ook de kunstwereld heeft haar imperia. Musea. Galerieën. Veilinghuizen. Verzamelaars. Curatoren. En kunstenaars die al zo lang belangrijk zijn dat niemand nog weet waarom. Ze hebben hun territorium. Hun telefoonnummers. Hun tafels op diners waar je eet met de mensen die je de volgende ochtend weer nodig hebt. De tafelschikking van zo'n diner is de echte kaart van Europa. Wie naast de directeur zit, heeft een grens verlegd. Wie bij de deur zit, mag blij zijn dat hij een visum kreeg. Op vernissages lees je de machtsverhoudingen af aan wie met de rug naar de kunst staat. Hoe belangrijker iemand is, hoe minder hij kijkt. Kijken is voor wie nog iets moet bewijzen.
De grenzen verschuiven wel. Parijs werd New York zonder één schot. Er werd alleen stilletjes betaald. Pollock als diplomaat. Hij zou het zelf niet geloofd hebben. Hij geloofde zelden iets voor de middag. Dichter bij huis is het museum Sparta. Oud, gedisciplineerd, trots op zijn strengheid. De privéverzamelaar is Athene. Rijk, snel, met een vloot van architecten. Het museum wacht drie jaar op een subsidiebeslissing. De verzamelaar belt een aannemer.
Oorlog komt er niet. Er komt een bruikleen. Een persconferentie waarop iedereen glimlacht met de tanden van iemand die een vredesverdrag tekent.
Vocabularium terroris
En dan verschijnt iemand die niet op de lijst stond. Een jonge galerie. Een kunstenaar die geen toestemming vroeg om belangrijk te worden. Een verzamelaar die niet langer twintig jaar oude zekerheden koopt. Zolang de nieuwkomer klein blijft, is iedereen dol op vernieuwing. Talent. Frisheid. Jonge stemmen. Men heft het glas en post een foto. Wordt hij groot, dan verandert het taalgebruik.
Hype. Marketing. Decoratief. Instagramkunst. Of mijn favorietje: interessant, maar we moeten nog zien of het standhoudt. Dat laatste zeggen ze met de glimlach van een ouder die naar een puberende zoon kijkt. Een zoon die net meer verdient dan hij. Kwaliteit is zelden het probleem. Het probleem is dat iemand anders ze eerst zag.
Tien jaar later draait het om. Dan heeft iedereen het altijd al geweten. Ontdekkers zijn er na de feiten nooit te kort. Ze staan op de opening van de retrospectieve, dicht bij de kunstenaar, voor de foto.
Macht zonder slagveld
Want in de kunstwereld praat men over kunst en kijkt men naar elkaars aandelenkoers. Wie wordt verzameld? Of staat op Art Basel? Wie wordt genoemd door welke curator?
En vooral: wie niet?
Niemand houdt je officieel tegen. Ze vergeten je gewoon uit te nodigen. Je naam valt niet aan tafel. Je tentoonstelling haalt de nieuwsbrief niet. Men laat je het zelf ontdekken.
Macht in haar meest elegante vorm.
Slachtoffers zijn er wel. Je ziet ze alleen niet. De middelgrote galerie die de beurzen niet meer kan betalen en stil de sleutel omdraait. De kunstenaar van vijftig, te oud om ontdekt te worden en te jong om herontdekt. Geen slagveld. Een uitdunning.
Thucydides wist het al. De sterken doen wat ze kunnen, de zwakken ondergaan wat ze moeten. Die zin hangt nergens in een galerie. Hij zou er perfect passen. Naast de prijslijst.
Sociale media hebben een deel van de poortwachters buiten werking gesteld. Een deel. De kunstwereld is uitzonderlijk goed in het terugwinnen van haar privileges. Wie de nieuwkomer gisteren negeerde, nodigt hem morgen uit voor een panelgesprek over toegankelijkheid.
Maar Sparta ging niet ten onder aan Athene. Sparta ging ten onder aan de vrees voor Athene. Het museum dat elke nieuwkomer verdacht maakt, eindigt met kopen wat de markt al gekocht heeft. Relevantie is geen erfrecht.
Ik sta er zelf tussen
Ik zou het graag van op een afstand beschrijven. Dat gaat niet. Ik sta er zelf tussen, met een glas in de hand. Ook de criticus is een (groot)macht. Een kleine. Een stadstaat, hooguit, met de oplage van een dorp (of in mijn geval eerder een lange straat). Maar ik schrijf over wie ik (nog niet) ken. Ik ga naar openingen waar ik mensen tegenkom. En wie ik niet tegenkom, bestaat een beetje minder.
Dat is geen bekentenis. Het is een vaststelling om zes uur 's ochtends, wanneer niemand je ziet. Net zoals de conclusie dat ze er nog allemaal staan. De oude machten. Met hun glas wijn, hun wachtlijsten, hun lijstjes met wie erbij hoort. En achteraan staat alweer iemand die niemand heeft uitgenodigd. Met een behoorlijk goed werk.
Ik legde de iPad weg. Tussen de lamellen kroop het eerste daglicht naar binnen. Een opkomende macht, recht tegenover het scherm dat de kamer al een uur bezette. Ik gaf me zonder slag of stoot over en zette koffie.
In de kunstwereld noemen ze dat een retrospectieve.
Ontdek meer van Kunstflaneur.be
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
