An Selen doet het tegenovergestelde van de meeste kunstenaars: ze beweegt zich weg van haar materiaal, niet ernaartoe. Weg van alles wat kant en klaar is, weg van het potje glazuur in de winkel, weg van het comfort van twaalf jaar internationale projectontwikkeling waarin ze precies wist hoe ver een klant zijn droom kon oprekken. 'Back to basic' staat er op haar website, en wie haar werk kent, weet dat dat geen decoratieve belofte is. Het is een methode.

Het is ook meteen de eerste paradox van deze tentoonstelling. Ze krijgt geen titel. Selen heeft er dagen over nagedacht en uiteindelijk niets gekozen, een naam die niet op de deur komt te hangen. Maar loop haar atelier binnen, en je merkt algauw dat dat niets te maken heeft met onverschilligheid. Elk werk dat er staat, draagt wél een naam, vaak een Japanse, zorgvuldig gekozen op het moment dat het stuk voor haar af is. De tentoonstelling zwijgt. De werken spreken stuk voor stuk. Die spanning, tussen het collectieve dat naamloos blijft en het individuele dat altijd een identiteit krijgt, is een goede ingang om naar haar werk te kijken.

Van tuinhuis naar Courchevel, en terug

Creativiteit speelde altijd een grote rol in haar familie. Ze herinnert zich dan ook haar creatieve momenten op haar veertiende, vijftiende, in het tuinhuis van haar ouders. Dat ze jaren later voor internationale projectontwikkelaars zou werken, in Courchevel, wereldwijd, tussen delegaties die "soort steen" wilden kopen voor hun villa en klanten die op de Forbes-lijst staan, verandert weinig aan wie ze als kunstenaar is. "Ik heb nooit projectontwikkeling gedaan in de strikte zin," corrigeert ze zichzelf meteen wanneer het onderwerp valt. "Maar ik heb gezien hoe die wereld werkt. En het rare is: die projectontwikkelaars zelf, met al hun geld en al hun klanten, zijn zo down-to-earth. Die samenwerking, gebaseerd op vertrouwen, dat is voor mij altijd het belangrijkste geweest, meer dan het decor eromheen."

Dat is meteen de tweede sleutel tot haar werk: het menselijke, niet het spektakel. New York met de limousine die op je staat te wachten is "leuk, maar ook oppervlakkig," zegt ze. "Ze behandelen je daar als de koningin, maar eens je terug in het atelier bent, is het weer back to reality." De twee werelden raken elkaar nauwelijks. Wat er wél overblijft, is een soort nuchterheid, een wantrouwen tegenover alles wat te gemakkelijk gaat.

200 procent controle, nul procent controle

Selen werkt in meerdere registers, en het contrast tussen die registers is functioneel, geen toeval. In haar meer beheerste werk, beton, pigment, craquelé, weet ze intussen exact hoe elk materiaal reageert. "Ik beheers dat 200 procent. Er zijn geen geheimen meer voor mij." Het is precies daarom dat ze zich, een paar jaar geleden, op keramiek stortte: niet om iets te bewijzen, maar om zichzelf weer onwetend te maken. "Die keramiek beheers ik totaal niet. En ik denk dat je dat ook nooit helemaal beheerst."

Bij Artodomo zijn het precies die keramische werken die voor het eerst publiek worden getoond, naast de meer beheerste sculpturen en wandwerken die haar al langer typeren. Wie haar over die oven hoort praten, hoort iemand die zich vrijwillig aan het toeval overlevert. Normaal open je een keramiekoven pas vanaf honderd, honderdvijftig graden. Selen doet dat vanaf 340. "Ik ben gewoon te nieuwsgierig." De inzet is reëel: wat er 's ochtends om vijf uur uit die oven komt, heel, of in duizend stukjes gebarsten omdat er nog vocht in zat, bepaalt letterlijk haar hele dag. "Ik kan daar zo slecht van worden." Maar ze blijft het doen, blijft haar eigen glazuur maken uit grondstoffen in plaats van het in een potje te kopen, precies omdat het onbeheersbare haar iets teruggeeft dat het beheerste niet meer kan: verrassing.

The grey expance (wandsculptuur)

Architectuur als grammatica

Dat haar werk architecturaal aandoet, is geen stijlkeuze maar een gevolg van hoe ze denkt. "Daarom werk ik ook veel samen met architecten, we spreken dezelfde taal." Toch is de verhouding niet gelijk: in de bouwwereld komt kunst altijd als laatste, wanneer de muren al staan. Selen aanvaardt die volgorde zonder wrok, misschien juist omdat ze zelf uit die wereld komt en weet hoe die werkt. Wat ze eraan overhoudt, is een instinct voor massa, opbouw, corpus, een werk dat "staat" zoals een gebouw staat, ook wanneer het materiaal organisch en onvoorspelbaar is. De randen van haar stukken zijn zelden recht: ze verspringen, breken af, laten een hoek weg, alsof het blok zich net iets meer heeft laten zien dan de mal het toeliet.

Waar die grens tussen kunstenaar en markt precies ligt, illustreert ze zelf het best met een werk dat er nog altijd niet is. Ze droomt al langer van een grote, groene bol, zonder duidelijke aanleiding, gewoon omdat het idee in haar brandt. Wat haar tegenhoudt, is niet het maken zelf, maar het verkocht krijgen: "Ik weet, ik mag zo niet denken." Bevriende eigenaars met een project aan zee opperden ooit zelf zoiets voor hun inkomhal, een dikke groene bol, maar kwamen er nooit meer op terug. Het typeert hoe ver Selen wil gaan om dicht bij zichzelf te blijven, ook als dat betekent dat een idee jarenlang gewoon een idee blijft.

Millefeuille brown (keramiek)

Tegengif voor een consumptiegedreven wereld

Ergens in het gesprek valt de term die haar hele praktijk samenvat: haar werk als tegengif voor een consumptiegedreven wereld. Ze relativeert de term meteen: "je maakt natuurlijk ook kunst mét materiaal, in die zin is alles consumptie", maar de intentie erachter is helder. Ze maakt haar pigmenten zelf. Haar craquelé maakt ze zelf. Ze blijft zo ver mogelijk weg van het pasklare. "Ik wil dat mijn werk rust uitstraalt, dat er diepte in zit. Geen drukke patronen. Iets tijdloos, iets waar je nooit op uitgekeken raakt."

Dat raakt aan hoe curator A. di Martino haar werk ooit al typeerde: verwant aan de Arte Povera, de eenvoud van armzalige, alledaagse materialen die evengoed poëzie kunnen dragen. Ze trok daarbij ook een parallel met Giuseppe Penone, wiens werk net als dat van Selen de sporen van tijd en natuur rechtstreeks in het materiaal laat doorwerken.

Dat is ook waarom ze nooit "Untitled" gebruikt. Veel van haar werken dragen Japanse titels, een knipoog naar een filosofie waarin vergankelijkheid geen gebrek is, maar een vorm van waardigheid. "Ik neem dat heel serieus. Je bent zo lang met een werk bezig; door het een naam te geven, geef je het ook een identiteit." Ze wacht doorgaans tot een werk volledig af is voor ze het benoemt, en observeert dan wat er in haar naar boven komt. Wanneer een werk "af" is, is trouwens geen technische vraag maar een gut feeling: "Sommige kunstenaars blijven maar toevoegen. Op een gegeven moment verkracht je het werk. Less is more."

Het is die precieze zorg voor de naam van elk afzonderlijk stuk die de titelloosheid van de tentoonstelling zelf zo veelzeggend maakt. Waar het werk altijd eindigt in een naam, blijft het geheel bewust anoniem, alsof Selen weigert om vooraf te bepalen wat de bezoeker in de zaal moet zien. De titel wordt pas gegeven aan wat af is, nooit aan wat nog moet ontstaan in het hoofd van wie kijkt.

Vestige (wandsculptuur)

De match met de galerie

De aanloop naar deze tentoonstelling bij Artodomo verliep, tekenend genoeg, niet via een groots gebaar maar via een omweg: een collega die op haar vijftigste een werk van Selen cadeau kreeg van gezamenlijke collega's, een galeriehouder die, zonder vooraf te bellen, gewoon eens langskwam. "Ik had geen verwachtingen meer. Dan kan je ook niet teleurgesteld worden."

Wat de doorslag gaf, was opnieuw niet het zakelijke maar het menselijke: "de vibe, gewoon hoe Thierry naar het werk keek." De galerie is, zegt ze, ontstaan uit passie, niet uit verkoopdrang, vandaar ook de bewust brede, weinig uniforme selectie die er getoond wordt.

Back to basic

Naar wie kijkt ze zelf op? Naar Rinus Van de Velde, met wie ze ooit kort sprak. Niet vanwege zijn naam, maar vanwege zijn bescheidenheid: "die is zo down-to-earth." Ze herkent zich in mensen bij wie, zoals ze het zelf noemt, "een hoekje af is". Mensen die niet in vakjes denken, en juist daardoor een scherper gevoel hebben voor wat er bij anderen onderhuids speelt.

Diezelfde nuchterheid trekt ze door naar wie haar werk koopt. Ze heeft het zelden over "verzamelaars." Tussen de klanten van de Forbes-lijst en de wereld van Courchevel door, is er af en toe ook iemand die maandelijks een budget opzij zet om een werk te kunnen kopen - een uitzondering, geen regel, maar wel een die haar is bijgebleven. Precies dat naast elkaar bestaan van uitersten, de grote klant en de spaarder, vat voor haar samen waarom het haar niet om het geld gaat: "Ik wil gewoon de handeling kunnen blijven doen. Kunnen creëren. Het is wie ik ben."

Precies dat, de handeling zelf, voor en boven het resultaat, is wat "back to basic" bij An Selen betekent: geen esthetisch vocabularium, maar een discipline om telkens opnieuw te beginnen bij het materiaal, het toeval, en de nederigheid om er geen 200 procent controle over te willen. De tentoonstelling zelf blijft naamloos. Elk werk erin niet.

Terra (detail) (wandsculptuur)

Meer info:
Artodomo, Minderbroedersrui 44, 2000 Antwerpen
Vernissage: zondag 6 september 2026, 14.00–18.00 uur
Tentoonstelling: t.e.m. 3 oktober 2026 . Open op vrijdag en zaterdag, 14.00–18.00 uur, of op afspraak


Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder