Vier jaar geleden schreef ik over Vadim Vosters als de barokke prins van het tweeduister, een man die zijn atelier in een oude Brusselse bioscoop had ondergebracht en zijn schilderijen liever in fakkelschijn dan in spotlicht toonde. Nu zie ik hem terug. Het boek waarover ik toen schreef, Not a Fairytale at All, is intussen film geworden. En wie dacht dat Vosters na twintig jaar schilderen zijn duister wat zou temperen, komt bedrogen uit. Hij heeft het alleen groter gemaakt.

Not a Fairytale at All was nooit een catalogus. Het boek, geschreven samen met Jan Mast, bestaat uit vijf cycli die twintig jaar werk omvatten, met een rode draad die door de tekst loopt zonder ooit echt te beginnen of te eindigen. Naast Masts poëtische begeleidingsteksten schreven ook verzamelaars mee, niet over de werken die ze kochten, maar over hun eigen beroep. Een chirurg over het snijden in mensenvlees. Een toneelmaker over het werken met duisternis. Vosters wilde zo een tweede laag onder het beeld leggen, een laag die verloren dreigt te gaan zodra een kunstboek eenmaal op de salontafel belandt en er hooguit twee teksten uit gelezen worden.

De lancering viel middenin covid. Berlijn en een groot event in de Campo Santo-kapel. Alleen New York viel uit de boot. Uit die stilte groeide het idee om de teksten hoorbaar te maken, en uit dat luisteren groeiden beelden. Samen met cineaste Julie De Clercq verzamelde Vosters veertig mensen in Kasteel de Lovie en filmde er twaalf uur aan performances die rechtstreeks uit het boek voortkwamen.

Het geheel werd uiteindelijk teruggebracht tot een kwartier montage: een film zonder begin en zonder einde. De muziek in de film is van de hand van Alma Auer, een sonore onderstroom die de beelden hun eigen ademhaling meegeeft. Want zoals de cycli in het boek zichzelf herhalen, zo doet het feest in het kasteel dat ook. Wie binnenkomt, ziet iedereen liggen. Het einde van het feest is het begin ervan. Iedereen sterft, ontwaakt, en het vult zich weer aan, een variatie op de feniks die evengoed een metafoor is voor de kunstenaar zelf, opgegeten en herboren door zijn toeschouwers, curatoren en verzamelaars, telkens opnieuw.

Een happening met een eigen leven

Wat de film onderscheidt van een klassieke kunstfilm, is dat het script niet meer was dan een aanzet. Een richting, geen bestemming. Er werd met drie camera's gefilmd, een handvol acteurs kreeg een paar aanwijzingen mee, de rest van het publiek mocht het zelf uitzoeken. Naarmate de dag vorderde, gleed de regie stilaan uit Vosters' handen, tot het publiek de film overnam zonder dat iemand het moment kon aanwijzen waarop dat gebeurde. Ergens in die verschuiving onderging Vosters zelf wat hij eerder van anderen had gevraagd, een overgave waarvan de vorm liever wordt vermoed dan verteld.

Daarna was er geen terugweg meer: mensen voelden zich vrij om te handelen zoals zij wilden, en het geheel ging, zoals hij het zelf noemt, een eigen leven leiden. Hoe kwetsbaarder je je opstelt, hoe meer er kan gebeuren. Een kunstwerk maakt zich los van zijn maker, zegt hij, al is dat evengoed gewoon een kwestie van tijd.

Een bewegend schilderij, geen film

Vosters weigert zichzelf videokunstenaar te noemen. Voor hem is de film een aanvulling op het boek en op de schilderijen, geen vervanging. Elk schilderij communiceert al met de andere, zegt hij, geen enkel doek staat alleen, en de film is nu een extra stem in dat gesprek. Tekst hield hij bewust beperkt. Zodra er woorden bij een beeld staan, ontstaat er een enkelvoudige lezing, terwijl hij net op meerduidigheid mikt. Schrap de tekst, en het beeld blijft open.

Kijken met een fakkel

Wie door het atelier loopt, kijkt niet passief. De schilderijen hangen er ruw, hoog tegen de muur, zonder spotlicht dat ze aanwijst. Vosters denkt de ruimte bewust als een grot: je gaat er met een fakkel naar binnen, je ziet iets, dan weer niet, en het is die eigen beweging van het oog die het beeld tot leven wekt. Dezelfde blik die door de film dwaalt, dwaalt zo ook door het atelier. De projectie wordt een soort fakkel voor het schilderij zelf, en wie kijkt, wordt daarmee onvermijdelijk deelnemer in plaats van toeschouwer.

Een totaalkunstwerk

De kunstenaar nodigt zijn gasten niet zomaar uit om te kijken. Tussen de schilderijen in het atelier ontstaat er telkens iets anders: soms een etentje, soms niet meer dan een gesprek bij een glas, de vorm doet er minder toe dan wat zich daarin vormt, een dialoog die ontstaat terwijl er gekeken wordt. Zo groeit er een heus Gesamtkunstwerk: performance naast beeld, dialoog naast de verf.

Vosters denkt in totaalconcepten, waarbij film, schilderij, gesprek en (culinaire) ontmoeting elkaar aanvullen. Hij overweegt zelfs om de projectie ooit als onderdeel van een diner te tonen, geen filmzaal dus, eerder een tafel waaraan gegeten, gedronken, gepraat en gekeken wordt. Hij vergelijkt het met galeriediners waar verzamelaars in intieme setting met elkaar in gesprek treden met de kunstenaar.

Van sociale media naar de berg

Vosters heeft weinig op met de dwang om als kunstenaar dagelijks zichtbaar te blijven. Hij herinnert zich een periode waarin hij het gevoel had elke geschilderde dag te moeten posten, uit angst dat anders niemand nog zou komen kijken. Op lange termijn werkt dat niet, net zoals je verzadigd raakt van elke dag in een restaurant te eten. Hij fantaseert er zelfs over om zijn atelier ooit op een berg te vestigen. Wie zijn werk wil zien, komt dan maar af.

Drie bomen na Vipassana

Ondertussen schildert hij verder. Na een tweede tiendaagse Vipassana-meditatie, tien jaar na de eerste die aan de basis lag van het boek, werkt hij aan een reeks van drie grote doeken met de titel Three Trees: bomen bij een vuur, gefotografeerd tijdens een onweer in het bos met zijn zoon, waarna hij halsoverkop moest wegvluchten uit de bliksem. Na jaren van barokke overdaad kiest hij nu bewust voor soberheid, drie schilderijen, niet meer, in een tijd waarin galerijen net overladen etaleren. Het is een gebaar dat bij hem past: niet aftellen om gezien te worden, maar verdwijnen en terugkeren, zoals de ouroboros in zijn eigen film, zoals het feest in het kasteel dat zichzelf blijft herhalen.

Vosters zoekt intussen nog een partner en locatie voor een grotere tentoonstelling waarin film en schilderijen samen te zien zullen zijn, ergens met karakter, een oude fabriek, een verlaten kasteel, een boerderij. Tot dan blijft de film wat hij nu is: een intiem onderzoeksproces dat hij met een handvol genodigden deelt, niet om een publiek te veroveren, maar om zoals hij het zelf zegt, het gesprek op gang te houden.


Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder