Net voor de opening is de galerie nog volop in beweging. Glazen worden geschikt, stemmen zoeken hun plek, ergens klinkt muziek die nog niet voor het publiek bedoeld is. We staan niet tegenover elkaar aan een tafel, maar tussen de werken zelf. Dat voelt juist. De beelden zijn al aanwezig vóór ze bekeken worden. In die tussentijd, tussen voorbereiding en verwachting, neemt fotografe Danielle van Zadelhoff tijd om mijn vragen te beantwoorden.

Dit is geen tentoonstelling die mikt op snelheid of onmiddellijke consumptie. Ze vraagt nabijheid. Stilte. Vertraging. De gebedsnoten van Berger laten zich niet op afstand lezen. Ze moeten worden geopend, letterlijk en figuurlijk. Wat zich binnenin ontvouwt, zijn geen verhalende scènes, maar geconcentreerde momenten uit onze recente geschiedenis. Beelden die zich hebben vastgezet in het geheugen en daar weigeren te verdwijnen.

Wat betekent die titel ‘Melody of the Elusive’ voor jou?

Die titel is voor mij tegelijk heel grijpbaar en ook weer niet. Een melodie verlangt samenhang, ritme, iets dat je kunt volgen. Maar het ongrijpbare, dat ontsnapt net weer. Die combinatie vind ik interessant. De titel komt eigenlijk voort uit de laatste video die ik gemaakt heb, die hier ook hangt. Ik vind het mooi om iets ongrijpbaars in mijn werk te leggen, iets waardoor je begint te dromen.

Toch suggereert het woord melodie ook een zekere orkestratie. Hoe verhoudt dat zich tot jouw manier van werken?

Veel mensen denken dat mijn werk enorm gestuurd is, heel gecontroleerd. Dat is net wat ik niet wil. Er komt een model en ik probeer een gezamenlijke emotie te ontdekken. Dat gebeurt door gesprekken, soms gewoon door samen koffie te drinken. Die momenten zijn minstens zo belangrijk als het moment waarop de camera erbij komt. Het blijft altijd mensenwerk. Je kunt een ander nooit volledig begrijpen, het is altijd jouw perceptie van die ander. Wat ik doe, is proberen aan te voelen waar een gezamenlijk raakpunt ligt. Dat is mijn inleving, mijn fantasie, en die projecteer ik op het beeld. Tegelijk laat ik het altijd open voor interpretatie. Ik hou er niet van om alles vast te leggen.

Fotografie is daarin misschien ook een beperkend medium?

Absoluut. Fotografie is beperkend. Als je tekent, kun je alle kanten op. Met fotografie zit je vast aan je onderwerp. En ik ben een dromer, dus ik probeer het verleden, het onbewuste en het bewuste samen te brengen door met licht en schaduw te werken. Mijn beelden zijn geen illustraties van gedachten, maar dragers van een gemoedstoestand. Zo leg ik daar iets in wat niet letterlijk zichtbaar is.


Danielle van Zadelhoff, Commedia dell’arte N°21, 2026, Gallery Ysebaert

Soms lijkt het werk heel spontaan, terwijl het tegelijk sterk gecomponeerd overkomt. Hoe ontstaat dat spanningsveld?

Ik heb nooit een vast beeld op voorhand in mijn hoofd. Ik vergelijk het wel eens met een kostuumfilm. Je kunt helemaal opgaan in het verhaal en vergeten dat het om kostuums gaat. Dat hoop ik met mijn foto’s ook: dat je er meer in ziet dan alleen het ‘presteren’. Dat je erin gelooft. Dat het beeld zich niet als constructie toont, maar als een vanzelfsprekend moment. En dat lukt alleen als het model niet hoeft te doen wat ik zeg. We staan daar samen. We maken samen iets.

Ik heb veel kleren, attributen, objecten. Samen met het model, ook met kinderen, bekijken we wat we gaan maken. Wat vind jij belangrijk? We praten diepgaand. Dan ontstaat iets wat we allebei willen uitdragen. Pas daarna kijk ik naar kleur en compositie. Dan kan ik bijvoorbeeld zeggen dat er nog iets blauws in beeld moet. Dan zoeken we samen naar een blauwe lak of een blauw voorwerp. Zo groeit het beeld. Niet als uitvoering, maar als ontdekking.

Bij de reeks rond de clowns lag dat anders?

Ja, die reeks was voor de opera, daar moest het Commedia dell’arte zijn. Dan had ik veel clownskleding, maar ook daar mochten de modellen zelf kiezen. We zochten samen naar iets wat bij hen paste, zodat je het ook echt gelooft. Die geloofwaardigheid is cruciaal: zodra het spel zichtbaar wordt, valt het beeld uiteen.

Hoe is die Commedia dell’arte-reeks eigenlijk ontstaan?

Ik had een grote tentoonstelling in een museum in Roemenië. Dat was zo immens dat het me achteraf volledig blokkeerde. Twee enorme zalen, speciaal ingericht voor mijn werk. Het overweldigde me. Ik dacht: moet ik nu nummer 601 maken om de ruimte te vullen? Dat is iets wat je als kunstenaar eigenlijk niet mag verwachten. Die schaal, die monumentaliteit, werkte verlammend in plaats van bevrijdend.

Daarna ben ik zwart-wit gaan werken, helemaal terug naar de essentie. Toen kwam er een vraag uit München. Intussen speelde ook de politieke context mee, met de Amerikaanse verkiezingen. Ik volgde ze op de voet. Niet vanuit een politieke voorkeur, maar door de agressieve communicatie, de angst, de macht van de sterkste. Dat raakte me. Ik hou van mensen, van bescherming. Ik moest daar iets mee.

Ik hou niet van clowns, dus net daarom was het een drempel. Ik wilde clowns maken die geschokt zijn, verdrietig, nadenkend. Mijn gevoel zit in die figuren. Kinderen die huilen, meisjes die niet weten wat ze voelen. Het gaat over machteloosheid. Hebben wij nog invloed? Zijn wij zelf niet de clowns? Het is geen politiek pamflet, maar wel een uitnodiging om na te denken. Een vraag die blijft hangen, zonder antwoord op te dringen.


Danielle van Zadelhoff, Le temps qui passe 5, 2024, Gallery Ysebaert

Je keerde daarna opnieuw naar zwart-wit terug. Waarom?

Na Roemenië was kleur te veel. Ik wilde alles strippen. Ik ben ook beginnen tekenen, om mezelf terug te vinden. Het is makkelijk om iets uit te werken waar je goed in bent, maar veel moeilijker om te vragen waar je staat, waar je naartoe wil, wat je wil vertellen. Zwart-wit werd geen stijlkeuze, maar een noodzakelijke pauze.

Schaduw speelt een grote rol in je werk. Heeft dat ook een persoonlijke oorsprong?

Ik kwam uit een moeilijke periode. Ik kon het licht alleen toelaten waar ik dat wilde. Hele lichte beelden pasten niet bij mijn gevoel. In schaduw moet je kijken. Het is niet meteen prijsgegeven. Dat vind ik mooi. Schaduw vertraagt en dwingt tot aandacht.

Je werk lijkt nergens echt gesitueerd. Het zou overal kunnen zijn.

Er zit misschien een Hollandse invloed in. Ik ben opgegroeid in een kunstminnend gezin, met een grote bibliotheek. Mijn ouders hadden een internationaal bedrijf, er kwamen veel buitenlanders over de vloer. Ik was een dromerig kind, las veel, ging niet graag naar school. Ik denk dat je dan een soort innerlijke bibliotheek opbouwt. Beelden eerder dan woorden. Die beelden reizen mee. Universeel, zonder echte locatie.

Wat is voor jou een belangrijk moment geweest in je parcours?

Een bijzonder compliment kwam van de bekende fotograaf Frank Horvat, die spijtig genoeg overleed in 2020. Op Paris Photo stuurde hij zijn kleindochter langs. Ik werd uitgenodigd in Le Petit Palais waar er in familiale kring een film over zijn leven getoond werd. Dat was een enorme eer. Geen groots publiek moment, maar een stille bevestiging die bijblijft.


Danielle van Zadelhoff, The Bathroom, 2023, Gallery Ysebaert

In deze expo vinden we ook reliekkastjes met fotografische beelden van jou erin. Hoe verhouden die zich tot je meer traditionele fotografie?

Dat project heette This Is My Church. Het ging over het lichaam als tempel. We gaan niet meer naar de kerk, maar we zijn allemaal met ons lichaam bezig. Voor mij zit schoonheid niet in perfectie, maar in imperfectie, in het persoonlijke. In wat niet gladgestreken is.

Je werk raakt ook aan religie, zonder religieus te zijn.

Ik kom uit een gezin met verschillende religies. Joods, protestants, katholiek. Dat heeft me gevormd. Geloven fascineert me, die overgave vind ik mooi. Ik kan het zelf niet, maar ik bewonder het bij anderen. Die fascinatie sluimert, zonder symboliek op te eisen.

Waar hoop je over tien jaar te staan?

Ik heb het noodgedwongen een tijdje kalmer aan moeten doen wegens mijn gezondheid. Ik hoop dat ik gezond kan blijven. Dat ik kan blijven werken, een glas wijn kan drinken. Alles wat nu gebeurt, voelt als een cadeau.


Wanneer de deuren straks opengaan en het geroezemoes de ruimte overneemt, blijven de beelden onverstoorbaar hangen. Ze vragen geen uitleg, geen context, geen volgorde. Ze zijn er, zoals ze zijn ontstaan: uit gesprekken, uit aandacht, uit gedeelde momenten die zich niet laten reconstrueren.

Melody of the Elusive is geen poging om iets vast te houden, maar om ruimte te laten. Voor twijfel, voor stilte, voor wat niet meteen benoemd wil worden. Dat deze tentoonstelling tegelijk het begin markeert van een permanente samenwerking tussen Danielle van Zadelhoff en de galerie, onderstreept die houding: geen eindpunt, maar een open traject waarin kijken, werken en tonen zich verder mogen verdiepen. Dat maakt deze tentoonstelling niet vrijblijvend, maar precies helder. Wie kijkt, kijkt mee. Meer wordt er niet gevraagd.

Dit artikel verscheen eveneens bij Galleryviewer.


Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder