In het kader van EUROPALIA España nodigt het Snijders&Rockoxhuis in Antwerpen bezoekers uit op een opmerkelijke dialoog tussen verleden en heden met de Spaanse kunstenaar Santiago Ydáñez. De kunstenaar treedt niet op als hedendaagse provocateur, maar als tijdloze gesprekspartner. Daardoor wordt deze tentoonstelling geen chronologisch, maar een filosofisch parcours. Hoe reageren beelden wanneer ze opnieuw, en met hedendaagse blik, worden bekeken?
Het is opvallend hoe zijn werk, al is het resoluut hedendaags, weigert deze rol op te nemen. Geen ironie, geen conceptuele afstand, geen spel met stijlen. Wat Ydáñez brengt, is ernst. De ernst van iemand die begrijpt dat tussen geloof en beeld een leegte gaapt, en dat alleen de kunst die leegte kan invullen. Hij schildert geen helden, geen iconen, geen verhalen. Hij schildert stilte en afwezigheid. En beiden kijken je recht in de ogen.
De onvoltooide bewening
Wie zijn interpretatie van de bewening van Christus bekijkt, kan niet anders dan verwonderd zijn. Daar ligt Christus niet in verheven rust, maar in uitgeputte overgave. Het lichaam is niet langer marmerachtig, maar rauw, open, nog druipend van menselijkheid. Maria’s armen spreiden zich, maar niet naar de hemel. Haar gebaar is geen gebed, maar een vraag die niet uitgesproken geraakt. De engelen, die bij Van Dyck nog getuigen van goddelijke choreografie, zijn hier vervaagd tot contouren. Alsof zelfs de hemel niet zeker meer weet waarheen te kijken.

Wat hier zichtbaar wordt, is geen religieuze scène, maar de kern van schilderkunst zelf: het moment waarop beeld niet langer illustreert, maar lijdt. Ydáñez weigert de voltooiing. Hij laat de verf open, opdat het doek zou blijven ademen. Want wat is een bewening zonder troost? Wat is rouw wanneer niemand nog een verrijzenis verwacht?
Het is deze breuk, deze weigering om te beslissen, die zijn werk in gesprek brengt met de barok. Niet via vorm, maar via kwetsbaarheid. De oude meesters schreven pijn in clair-obscur. Ydáñez schraapt het daglicht van het doek af en laat het onafgewerkte over. Wat in de zeventiende eeuw extase was, wordt hier een wonde die weigert te sluiten.

Gezichten als innerlijke relikwieën
Niet minder indringend zijn de gezichten. Bleke hoofden, zwart omrande ogen, gezichten die niet poseren, maar louter aanwezig zijn. Ze kijken niet, ze wachten. Geen identiteit, geen heiligverklaring, geen verhalen. Slechts adem, ingehouden tot het punt dat men naar zuurstof snakt.
Ydáñez schildert geen mensen, hij beschrijft wat van hen achterblijft wanneer alle beeld is verdampt. In tijden waarin alles benoemd en verklaard moet worden, toont hij het onbenoembare. Deze gezichten zijn geen spiegels. Ze zijn relikwieën zonder devotie, huid zonder biografie. Het zijn de leegtes waarvan we dachten verlost te zijn.
Dieren die blijven hangen in de lucht
Te midden van deze menselijke restvormen vinden we ook dieren terug. Herten, zwevend, zonder zwaartekracht, onttrokken aan aarde en einde. Waar Frans Snijders ooit het vlees van de jacht tot barokke overdaad verhief, bevrijdt Ydáñez de dieren uit hun narratief. Geen bloed, geen triomf.
Deze dieren hangen hier niet om te imponeren, maar om te herinneren. Niet aan dood, maar aan nabijheid. Aan een wereld waarin kwetsbaarheid overgeleverd is aan een blik. Deze lichamen zweven in de lucht zoals herinneringen blijven hangen in een geheugen dat weigert te vergeten.


Het konijn in de nis – geen icoon, geen ironie
En dan dat ene beeld dat me niet loslaat: een wit konijn, frontaal, verblindend aanwezig. In een tabernakel waar een madonna had kunnen staan, verschijnt dit wezen als een hallucinerend orakel. Het staart niet naar de toeschouwer; het doorboort hem met zijn blik en aanwezigheid.
Het is verleidelijk dit beeld te lezen als spel, maar Ydáñez speelt niet. Hij herinnert eraan dat verwondering ooit een vorm van devotie was. Niet begrijpen, maar zich laten overkomen. Wie dit konijn wil verklaren, begrijpt het niet. Wie blijft kijken, ondergaat het.

Curatoren als wachters van de stilte
De kracht van deze tentoonstelling schuilt niet alleen in de werken, maar in de wijze waarop ze in het huis zijn losgelaten. Curatoren Maarten Bassens en Hildegard Van de Velde hebben geen route uitgestippeld, maar de museumruimte geopend. Geen dialoog opgelegd, maar adem toegelaten. Zij begrijpen dat een museum vandaag niet langer een mausoleum van betekenis kan zijn, maar een plek waar betekenis mag ontsporen.
Zij wagen zich aan iets radicaal eenvoudigs: de kunstenaar niet gebruiken om het verleden te illustreren, noch het verleden om de kunstenaar te legitimeren, maar beiden vrijlaten. Wie dit huis binnengaat, ontmoet geen tentoonstelling, maar een gesprek. Niet tussen kunstwerken, maar tussen blikken. De vraag is niet: Wat betekent Ydáñez? De vraag is: Zijn we bereid opnieuw aandachtig te kijken?
Van bewaren naar bevragen
Het is in deze verschuiving dat het Snijders&Rockoxhuis een kritisch museum wordt. Het weigert te kiezen tussen toen en nu. Ydáñez is geen nazaat van Rubens, hij ademt samen met hem.
Dat is misschien de ware actualiteit van deze tentoonstelling. Niet dat zij hedendaagse kunst toont, maar dat zij de hedendaagse kijker confronteert. Want we hebben leren kijken zonder te ontvangen. We hebben geleerd te begrijpen zonder te ondergaan. Kunst is een woord, een -isme geworden. Ydáñez weigert dat woord. Hij geeft ons terug aan het beeld.


Wat blijft hangen
Er is geen conclusie, geen epiloog. De beelden van Ydáñez laten zich niet samenvatten; ze stoppen niet met het sluiten van de museumdeur. Ze blijven cirkelen, niet als grote openbaringen, maar als kleine vragen die zich pas later melden.
Buiten, in het ritme van de straat, keert alles snel terug naar zijn haast. Wat we zagen, schuift al bijna opzij voor wat komt.
Misschien is dat wat deze expo doet: ons heel even doen vergeten dat we onderweg waren.
De expo Ydáñez en Amberes is nog tot 18 januari te bezoeken. Meer info vindt u hier.
Ontdek meer van Kunstflaneur.be
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
