Sommige kunstenaars schilderen met verf, anderen boetseren met klei of hakken in steen. Guy Leclef koos een nederig, haast achteloos materiaal: papier. Wat voor velen slechts een drager is van woorden en beelden, een wegwerpproduct dat na gebruik scheurt, vergaat of wordt verbrand, werd voor hem een alfabet. Zijn alfabet. In zijn handen krijgt papier een tweede adem, wordt het een huid waarin tijd, herinnering en emotie zich verzamelen. Ergens tussen collage en sculptuur, tussen architectuur en poëzie, bouwt hij een oeuvre dat de fragiliteit van het bestaan tastbaar maakt. Wat rest na de vluchtigheid van inkt en druk, wordt in zijn atelier getransformeerd tot een monument voor het vergankelijke.

Die thematiek krijgt in zijn nieuwe solotentoonstelling Remains To Be Seen bij Forwart Gallery een nieuwe dimensie. De titel zelf is een poëtisch spel tussen wat overblijft en wat nog gezien moet worden, een echo van de manier waarop Leclef uit de resten van onze consumptiecultuur iets blijvends weet te destilleren. De tentoonstelling markeert bovendien vijf jaar van intense samenwerking tussen de kunstenaar en Forwart Gallery, een traject waarbij Leclef zijn papieren universum steeds verder verfijnde.

De eenvoud van het materiaal

Papier: een kind vouwt er een vliegtuigje van, een schrijver vult het met woorden, een lezer laat zich meedrijven in de fantasie. Het is een materiaal dat zo alledaags is dat we er nauwelijks bij stilstaan. Toch schuilt er in dat alledaagse een bron van onuitputtelijke schoonheid.

Leclef ontdekt in de nerven, de rafels en de gescheurde randen een esthetiek die niets met het utilitaire te maken heeft. Hij behandelt papier alsof het marmer is: zorgvuldig gesneden, gelijmd, gevouwen, gelaagd. Het vergt discipline en geduld. Geen snelle gebaren, maar een trage toewijding waarin duizenden stroken en fragmenten samenkomen tot een huid die leeft.

Daarin klinkt een echo van de Japanse wabi-sabi esthetiek: schoonheid ligt niet in perfectie, maar in het aanvaarden van het tijdelijke en het onvolmaakte. Papier wordt niet gemaskeerd of gecamoufleerd, maar juist verheven omwille van zijn kwetsbaarheid. Waar een ander enkel afval ziet, vindt Leclef een oneindig palet van tinten, structuren en texturen.

Zijn werk sluit verrassend aan bij de traditie van Arte Povera, de beweging die in de jaren zestig en zeventig het verhevene zocht in het banale. Terwijl Jannis Kounellis hout, touw of lood tot kunst verhief, en Giuseppe Penone de schors van een boom tot levend archief maakte, keert Leclef terug naar papier en karton: materialen die in onze consumptiemaatschappij sneller worden weggegooid dan bewaard.

In Remains To Be Seen toont Leclef hoe die zoektocht zich verder verfijnt. De werken ontstaan uit oude tijdschriften, glossy relicten van een wereld vol glamour en consumptie, die hij ontleedt, lijmt en assembleert met natuurlijke harsen en lijm. Elk vel wordt tot net voor de grens van verval gedroogd, waarna het wordt versneden en opnieuw opgebouwd in patronen die doen denken aan geologische doorsneden of architecturale maquettes. Vanop afstand lijken de composities geschilderd; van dichtbij onthullen ze hun ware aard: papier dat zichzelf overstijgt. In het atelier van Leclef krijgt zelfs het meest vluchtige drukwerk een tweede adem, een nieuwe bestemming.

In de jongste werken, die in Remains To Be Seen voor het eerst publiek getoond worden, sluipt opvallend meer kleur binnen. Die nieuwe kleurtaal verwijst niet toevallig naar de erfenis van Pop Art en Cobra, twee stromingen die elk op hun manier de vrijheid van het gebaar vierden. Van de Pop Art erft Leclef het plezier van het hergebruik. Glossy magazines als ruwe grondstof, flarden van massamedia die hij onttrekt aan hun commerciële context. Van Cobra bewaart hij de poëzie van de spontaniteit, het geloof in de expressieve kracht van de hand. In die subtiele verschuiving toont Leclef dat vernieuwing niet voortkomt uit breuk, maar uit verdieping. Uit de herontdekking van wat altijd al in het papier sluimerde.

Ritme en stilte

Het woord dat vaak terugkeert in gesprekken over zijn werk is ritme. Leclef componeert zijn papierlandschappen als een muzikant die niet enkel let op de noten, maar vooral op de stiltes ertussen. Elke strook papier is een toon, elke vouw een pauze, elke kleurschakering een dissonant die onverwacht harmonie schept. Het oog dat kijkt, wordt gedwongen om traag te lezen, zoals men zonder haast door een partituur wandelt.

Daarin ligt een filosofische ontboezeming: papier, dat ons dagelijks overspoelt met ruis – krantenkoppen, reclame, glossy beelden – wordt bij Leclef tot stilte herleid. Het lawaai van de wereld wordt door zijn handen getemd tot een fluistering. Het is alsof hij ons wil tonen dat zelfs in de overdaad aan informatie een vorm van contemplatie kan schuilgaan, mits we leren kijken voorbij de oppervlakkige boodschap.

Zijn kunst nodigt uit om het onbenoembare in papier te ontdekken: de geur van oude boeken, het zachte breken van een vezel, de herinnering aan handen die het ooit hebben vastgehouden. Kunst als vertraging, als weerstand tegen de wegwerpcultuur.

In Forwart Gallery ademt elke muur van Remains To Be Seen diezelfde stilte. De werken veranderen met het licht: wat ‘s ochtends koel oogt, gloeit ‘s avonds warm op. Leclef wil dat zijn papier ademt, leeft, beweegt als een levend organisme dat reageert op het tijdstip van de dag. Zo wordt de toeschouwer niet enkel kijker, maar deelnemer aan een langzaam kijkproces. Elk werk fluistert: “Wat rest, moet nog gezien worden.”

Karton als architectuur van emotie

Naast papier gebruikt Leclef ook karton, dat zwaardere, vaak stugge broertje. In zijn handen wordt karton een stadslandschap, een favela van herinneringen, een architectuur die zowel troost als dreiging in zich draagt. Waar papier de huid is, wordt karton het skelet. Het suggereert muren en straten, constructies die uit elkaar zouden kunnen vallen, maar door de hand van de kunstenaar toch standhouden.

In karton weerklinkt een andere filosofische gedachte: dat kunst altijd balanceert tussen duurzaamheid en vergankelijkheid. Het materiaal draagt de sporen van transportdozen, verpakkingen, een logistieke wereld van consumptie en overschot. Maar eenmaal in Leclefs atelier wordt dit anonieme restproduct een huis voor emoties. Het abstracte krijgt volume, het vluchtige wordt vastgezet met lijm en nagels, als een poging om dat wat verdwijnt toch even halt te doen houden.

Zijn werk herinnert ons eraan dat architectuur niet enkel in beton en staal hoeft te bestaan. Een huis kan even goed uit papier zijn opgetrokken, en in dat fragiele huis kunnen we onszelf weerspiegeld zien. Hier treedt Leclef in dialoog met Alberto Giacometti: waar Giacometti zijn figuren reduceerde tot broze lijnen die toch een ongeziene intensiteit dragen, construeert Leclef landschappen uit fragiele lagen papier. Beide kunstenaars bewijzen dat kracht niet in monumentaliteit ligt, maar in de kwetsbare lijn die het leven tastbaar maakt.

Die spanning tussen broosheid en kracht bereikt in Remains To Be Seen een nieuw hoogtepunt. In een ouder werk, afkomstig uit samenwerkingen met merken als Delvaux en Nespresso, toont hij hoe het fragiele zich kan verzoenen met het industriële. Wat ooit verpakking was, herleeft als textuur, als lichtvanger. Het is een vorm van ecologische poëzie: hergebruik niet als boodschap, maar als gebaar. Leclef toont dat duurzaamheid ook een esthetiek kan zijn, een manier van denken. Die mentaliteit vormt wellicht de reden waarom Lucas De Dycker met Forwart Gallery zijn werk al vijf jaar met toewijding blijft begeleiden: het is een partnerschap gebaseerd op dezelfde aandacht voor authenticiteit, ambacht en tijdloosheid.

De vrijheid van de kunstenaar

“Papier werd mijn alfabet,” zegt Leclef in een interview met Hilde Van Canneyt. Dat alfabet is tegelijk persoonlijk en universeel. Het biedt hem de mogelijkheid om zichzelf uit te drukken zonder de last van grote woorden. Zijn oeuvre is een stille dialoog met het materiaal, een gesprek waarin hij niet de meester maar de luisteraar is. Want uiteindelijk, zo benadrukt hij vaak, vertelt het papier zelf zijn verhaal.

Daarin ligt de essentie van zijn kunstenaarschap: vrijheid. Niet de vrijheid van bravoure of provocatie, maar de stille vrijheid van iemand die in zijn atelier een weg zoekt, strook na strook, laag na laag. Zijn werk is niet modieus, het streeft geen tijdsgeest na, maar raakt aan iets dat tijdloos is. Misschien omdat papier zelf nooit tijdsgebonden is geweest. Een bladzijde uit een krant van gisteren kan vandaag nog evenveel emotie oproepen als een bladzijde uit een eeuwenoud manuscript.

Zijn benadering sluit aan bij een bredere kunsthistorische traditie waarin het bescheiden materiaal centraal staat. Net zoals Anselm Kiefer stro en aarde tot mythische landschappen verhief, of zoals Christian Boltanski herinnering en textiel gebruikte om de kwetsbaarheid van het bestaan te verbeelden, zo zoekt Leclef naar de plek waar materie en emotie elkaar ontmoeten. Maar waar Kiefer monumentaal en zwaar is, en Boltanski vaak beladen met herinnering en verlies, blijft Leclef lichtvoetiger, speelser. Hij houdt van de humor die zich in zijn werk binnensluipt, soms een verborgen tekstflard, soms een knipoog naar de banaliteit van het bronmateriaal.

In deze expo komt die vrijheid tot volle bloei. Leclef is geen moralist, geen profeet van duurzaamheid, maar een chroniqueur van het vergankelijke. Zijn werk gaat niet over afval, maar over hergeboorte. Hij bouwt aan een alfabet van restanten, een taal van stilte. De kunstenaar werkt, zoals hij zelf zegt, “met de vrijheid van iemand die luistert naar wat het papier wil worden.”

in goed gezelschap

Slotbeschouwing

Wat Guy Leclef ons schenkt, is meer dan kunst in papier en karton. Het is een levenshouding, een uitnodiging om in het schijnbaar banale een bron van betekenis te zien. Hij toont dat kunst niet altijd ontstaat uit zeldzame materialen of spectaculaire concepten, maar vaak uit de nederige resten van ons dagelijks bestaan.

Zijn oeuvre is een poëtische archeologie van papier. Elk werk is een kleine opgraving, een reconstructie van wat weggegooid leek, maar door zijn handen herleeft. Zo wordt papier een herinnering, karton een landschap, en kunst een stille adem die ons eraan herinnert dat schoonheid overal kan ontstaan. Zelfs in de meest fragiele vezels van het bestaan.

Kunstflaneur verzorgde ook het openingswoord bij deze expo. Deze ode aan kunstenaar, papier en stad leest u hier.

De expo Remains To Be Seen van Guy Leclef is nog tot 29 november te bekijken bij Forwart Gallery.
Foto’s: Courtesy of Forwart Gallery, fotograaf Thibault De Schepper


Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder