Textiel is tactiel. Het nodigt uit tot aanraking, tot ontdekking. Maar textiel als architectuur? Als iets dat onze fysieke ruimtes kan structureren en zelfs veranderen? Het is een gedachte die verrassend klinkt, maar een die Nele Demeulemeester moeiteloos in praktijk brengt. Met haar werk beweegt de Gentse textielontwerpster zich op het snijvlak van kunst en design. ‘Textiel kan functioneel zijn, maar heeft ook een tactiele en emotionele impact.’

Hoe ben je met textiel in aanraking gekomen?
‘Ik studeerde in 2023 af, met mijn masterproef Schering & Inslag aan KASK & Conservatorium Gent. Maar mijn fascinatie voor structuren en materialen begon al eerder. Tijdens mijn schooltijd aan Kunsthumaniora Sint-Lucas wou ik modeontwerper worden. Maar het besef groeide dat de wereld van mode me niet echt interesseerde. Wat me wel boeide, was hoe stoffen tot stand kwamen, en dan vooral de structuren en het ambachtelijke aspect ervan. Dat was mijn ingang naar de textielwereld.

Je bent gepassioneerd door weven. Wat trekt je daar in aan?
Weven combineert voor mij wiskundige precisie met creatieve vrijheid. Het is heel strak en mathematisch: elke draad heeft zijn eigen plek, elke binding is logisch. Maar juist die structuur probeer ik te doorbreken. Ik wil laten zien dat weven veel meer is dan patronen volgen: het is een manier om verhalen te vertellen, om structuren te manipuleren en om iets volledig nieuws te creëren. In mijn werk gebruik ik bijvoorbeeld materialen zoals krimpgaren, die een eigen spanning en beweging toevoegen. Het proces is een dialoog met het materiaal, waarbij ik ontdek hoe ver ik kan gaan.

Je situeert je werk op het snijvlak van kunst en design. Om niet vastgepind te worden op één categorie?
Kunst en design lopen voor mij door elkaar. Een geweven werk kan even goed een sculpturaal kunstwerk als een functioneel object zijn. Het is precies die spanning tussen het functionele en het conceptuele die ik interessant vind. Het ene moment werk ik aan een wandkleed dat een ruimte visueel beïnvloedt, het andere moment maak ik een stuk dat letterlijk de architectuur van die ruimte verandert. Het kan soms verwarrend zijn, zeker in een kunstwereld die vaak duidelijke categorieën wil. Maar ik vind het juist een kracht. Textiel beweegt van nature tussen kunst en design. Het kan functioneel zijn, maar het heeft ook een tactiele, emotionele impact. Dat dubbele is voor mij een belangrijk thema.

‘IK WIL DAT MIJN WERKEN UITNODIGEN TOT VOELEN,
ONDERZOEKEN EN SPELEN.’

Je werk is ook een uitnodiging: het is er niet alleen om naar te kijken, maar ook om het vast te nemen en te voelen.
Dat is de essentie voor mij. Textiel vraagt om aanraking. Het is een van de meest zintuiglijke materialen waarmee je kan werken. Tijdens een tentoonstelling heb ik zelfs bewust besloten dat bezoekers mijn werken mochten aanraken. Dat ging eerst tegen de regels in, maar het voelde gewoon verkeerd om die ervaring weg te nemen. In een museale
context mag je vaak niets aanraken. Dat vind ik zo jammer. Musea willen kunst vaak beschermen, en terecht. Maar dat mag niet ten koste gaan van de ervaring. Zo zag ik in het S.M.A.K. een eeuwenoud wandtapijt hangen. Het was prachtig, maar ik mocht het niet aanraken. Dat voelde alsof ik een essentieel deel van het werk miste. Bij mijn eigen werken wil ik die barrière doorbreken. Textiel leeft door de interactie met de kijker. Ik wil dat mijn werken uitnodigen tot voelen, onderzoeken en spelen.

Hoe moet ik me je creatieve proces voorstellen?
Dat is chaotisch en intuïtief, maar met een sterke basis in techniek. Weven is complex; je moet de structuur plannen voordat je begint. Ik maak schetsen, werk ideeën uit en experimenteer met materialen. Maar onderweg loop ik vaak tegen technische problemen aan, en dat dwingt me om nieuwe oplossingen te bedenken. Die obstakels maken het proces spannend. Soms werk ik weken aan een project zonder dat het lukt, en dan valt plots alles samen.

Wat inspireert je tijdens dat proces?
Ik haal veel inspiratie uit de architecturale mogelijkheden van textiel. Hoe kun je een werk laten communiceren met de ruimte eromheen? Hoe kan een geweven stuk niet alleen visueel, maar ook fysiek ingrijpen in een ruimte? Die vragen dwingen me om buiten de traditionele grenzen van het medium te denken.

Welke toekomstdromen koester je?
Ik droom ervan om op grotere schaal te werken. Nu maak ik vooral kleine, handgeweven stukken, maar ik wil monumentale werken creëren die een hele ruimte transformeren. Denk aan installaties waarbij textiel letterlijk de architectuur van een plek herdefinieert. Daarnaast wil ik meer samenwerken met andere kunstenaars. Het lijkt me geweldig om met een groep een ruimte letterlijk te ‘weven’, een collectieve sculptuur te maken.

Hoe zie je de toekomst van textielkunst?
Textielkunst heeft veel potentieel. Het is een medium dat vaak wordt onderschat, maar de erkenning groeit. Textiel is niet alleen visueel krachtig, maar ook zintuiglijk, flexibel en intiem. In een wereld waarin kunst vaak op afstand blijft, kan textiel een brug slaan tussen het werk en de kijker. Het nodigt uit tot aanraking, tot interactie, en dat maakt het uniek.

Tot slot: heb je nog goede raad voor beginnende kunstenaars?
Wees niet bang om je eigen weg te zoeken. Na de kunstacademie sta je er vaak alleen voor, en dat kan best ontmoedigend zijn. Maar gebruik dat als een kans om zelf initiatieven te nemen. Werk samen, organiseer je eigen tentoonstellingen en blijf experimenteren. Kunst is geen rechte lijn, maar een zoektocht.’

Foto Nele Demeulemeester


Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder