Niets brengt ons meer in verwarring dan een kunstwerk zonder titel. Als kleine kinderen voelen we ons aan ons lot overgelaten in het grote donkere kunstwoud. We kijken tegelijk naar het beeld en om ons heen in de hoop een medestander te vinden die de sleutel heeft om de deur te openen naar de wereld die zich niet langer enigmatisch aan ons openbaart. Maar deze anonimiteit biedt ook een pad naar onbekende plekken in onze verbeelding die het kunstwerk voor ons opent. Voor de fototentoonstelling van Karl Brabants bij Wouter de Bruycker Fine Arts & Gallery besloot ik voor een keer een ander pad in te slaan: geen globaal beeld van de expo, maar één foto die alle aandacht krijgt.

Karl Brabants (°1971) woont in Gent. Hij studeerde filosofie aan de Ugent, fotokunst aan het KASK te Gent en Gezinswetenschappen aan het HIG te Brussel. Hij maakt vrij fotowerk en werkt in de jeugdhulp. De meeste werken in de galerie hullen zich in grijstinten die meer suggereren dan uitleggen. Ze bieden een venster op een realiteit die zich niet laat vatten, een suggestieve wazigheid die uitdaagt om haast in het werk zelf te kruipen. Terwijl ik deze woorden schrijf, lijkt het wel alsof ik een aanzet maak om het werk van niemand minder dan Dirk Braeckman te beschrijven. Suggestie is de rode draad in het grijze oeuvre van Brabants. Geen titel, geen verklaring: alleen de kijker en de eigen verbeelding. Ik ga de uitdaging aan met een van de werken.

De uitverkoren foto toont een wit vel papier dat in het midden genaaid lijkt. De linkerhelft vertoont een lichte vervorming, een herinnering aan wat ooit beperkt aanwezig was, een beschermend deken. Beide helften vertonen krassen, sporen van een geleefd en geleden verleden. De foto heeft verder geen titel, geen datum, geen signatuur. Het is een anoniem en ambigu kunstwerk, dat uitdaagt om een eigen betekenis te geven. Een uitdaging die ik op een koude winternacht aanga … als een literair reiziger

De witte leegte van de mogelijkheid

Het witte papier kan gezien worden als een symbool voor de leegte, de stilte, de afwezigheid. Het is een blanco canvas, dat niets toont, niets zegt, niets voorstelt. Het is een leeg vierkant, zoals de Russische kunstenaar Kazimir Malevich ooit zei: “Ik heb een leeg vierkant ontdekt en ben tevreden.” Het witte papier is een uitdrukking van de suprematie van de zuivere vorm, de pure kleur, de absolute nul. Het is een verwijzing naar de transcendentie, het onkenbare, het onuitsprekelijke.

Maar het witte papier is ook een symbool voor de mogelijkheid, de creativiteit, de aanwezigheid. Het is een leeg canvas, dat alles nog kan worden, alles kan zeggen, alles kan voorstellen. Het is een leeg vierkant, dat geduldig wacht op inspiratie, kleur, vorm en inhoud. Het is een uitnodiging tot verbeelding, experiment en spel. Het is een verwijzing naar de immanentie, het kenbare, het uitsprekelijke.

De genezen wonde van Lucio Fontana

De naad kan gezien worden als een symbool, een litteken dat harmonie en perfectie verstoort. Het is een scheur in het oppervlak, die een spoor van pijn achterlaat en zo de fragiliteit, de kwetsbaarheid, en zelfs de eindigheid voorstelt. Maar de naad kan ook gezien worden als een symbool voor verbinding, een herstel van de eenheid. Een herstel dat ook de impliciete aanwezigheid van zorg en troost doet vermoeden.

Deze ‘genezen wonde’ in het werk van Brabants staat in schril contrast met de ‘tagli’ (scheuren) in het werk van de Italiaanse kunstenaar Lucio Fontana. Hij maakte schilderijen waarin hij het linnen doorsneed of doorstak, waarbij hij een ruimtelijk effect creëerde dat hij Concetto spaziale (Spatialisme) noemde. Maar voor Fontana was de snede geen teken van verbinding, maar van breuk. Hij wilde de conventies van de schilderkunst doorbreken en een nieuwe dimensie openen. Hij zei: “Ik maak een gat in het doek om de ruimte te bevrijden, om de ruimte achter het doek te laten zien, om de ruimte te laten zien die ons omringt.”

Van Spatialisme tot Zero

Met zijn werk werd Fontana een van de inspiratiebronnen voor de Zero-beweging, een internationale groep kunstenaars die in de jaren vijftig en zestig experimenteerden met licht, beweging en monochrome schilderkunst. Zij wilden een nieuwe kunst maken die aansloot bij de technologische vooruitgang en de ruimtevaart. Zij gebruikten vaak wit als kleur, omdat het voor hen stond voor zuiverheid en neutraliteit, een nulpunt. Voor hen was wit een leegte die gevuld kon worden met licht en schaduw, met ritme en dynamiek, met vorm en structuur. Zij maakten werken met spijkers, reliëfs, geribbelde oppervlakken, optische illusies en kinetische effecten. Zij streefden naar een symbiose van natuur, kunst en techniek, een immaterieel effect en een ruimtelijke expansie.

Een kleine duik in de kunstgeschiedenis vertelt me dat in Nederland deze Zero-beweging vertegenwoordigd werd door de Nul-groep, met kunstenaars als Armando, Jan Henderikse, Henk Peeters, Jan Schoonhoven en Herman de Vries. Ook zij maakten gebruik van wit als kleur, maar op een andere manier dan hun Duitse of Italiaanse medestanders. Zij wilden geen nieuwe kunst maken, maar de bestaande werkelijkheid tonen, zonder emotie of expressie. Wit vormde een middel om de objectiviteit en de anonimiteit van hun werken te benadrukken. Zij maakten werken met alledaagse materialen, zoals veren, watten, kranten, plastic, touw en spijkers. Zij herhaalden deze materialen in een ritmisch patroon, waardoor ze een visuele ordening creëerden. Zij wilden geen illusie of symboliek oproepen, maar een directe waarneming stimuleren.

Caveat: deze expo kan uw tijdsbesef grondig in de war brengen

Ik weet niet hoe lang ik voor het werk gestaan heb. Om romantische redenen zou ik kunnen zeggen dat de gure winterkoude me pas uit mijn artistieke trance deed ontwaken toen iemand de galeriedeur opende, maar in werkelijkheid zal het wellicht slechts een minuut of twee geweest zijn (een eeuwigheid in deze tijden van snelkijken). Als een Proustiaanse Madeleine nam het werk van Brabants me mee op een korte artistieke trip doorheen de kunstgeschiedenis. En om het met de woorden van een beroemde Belgische kok te zeggen: “Wat hebben we geleerd vandaag?”

  1. Het werk van Brabants kan gezien worden als een verband tussen de Zero-beweging en de Nul-groep, maar ook als een verschil. Hij gebruikt in dit werk wit als een kleur die zowel leegte als mogelijkheid uitdrukt, die zowel transcendentie als immanentie oproept.
  2. Hij gebruikt de naad als een teken dat zowel breuk als verbinding uitdrukt, dat zowel destructie als constructie oproept. Hij maakt een werk dat zowel abstract als concreet is, dat zowel minimalistisch als subtiel is, dat zowel anoniem als ambigu is.
  3. Hij maakt een werk dat de kijker confronteert met de paradoxen, de contrasten, de dialectiek van het bestaan. Hij maakt een werk dat de kijker uitnodigt om te filosoferen over de rol van de kunstenaar, de toeschouwer en het kunstwerk zelf.

Hoeveel woorden zijn er nodig om te zeggen dat het werk van Karl Brabants me naar de strot gegrepen heeft en me haast dwong om het moment opnieuw te herbeleven achter mijn klavier en scherm? Ik heb getracht om me te beperken tot 1200 woorden. Maar deze kunstenaar en expo verdienen er zeker heel wat meer.


Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder