Niet een werk, maar de verhouding tussen voorwerpen vraagt bij Salons als eerste aandacht. Iemand heeft een stoel verschoven. Niet veel, net genoeg om het tapijt meer aandacht te geven. De inrichting nodigt uit om te zitten en te blijven. Zonlicht valt niet op het schilderij, maar glijdt erlangs. Een werk hangt iets te laag om monumentaal te zijn. Niets lijkt hier definitief opgesteld, en precies daardoor klopt het.
Zodra ik de drempel overstap bij Coppejans Gallery en later bij Ashtari Carpets – het is immers een dubbelexpo – wordt mijn blik niet onmiddellijk door één bepaald werk getrokken. De reden is simpel: hier staat niemand centraal. Je komt niet in een galerie, je stapt een kamer binnen: een salon in de letterlijke én historische zin van het woord. En dat huiskamergevoel wordt alleen maar versterkt door de samenwerking met Atkris Studio die zorgt voor het vintage design meubilair.
Niet toevallig verwijst de term salon naar twee tradities tegelijk. Enerzijds waren er in Parijs eeuwenlang de officiële Salons, grootschalige tentoonstellingen van de Académie des beaux-arts. Openbaar en machtig, bepalend voor carrière en smaak, en gretig besproken door critici als Charles Baudelaire die er enerzijds de voorhoede van de kunstkritiek in zagen en ze anderzijds bekritiseerden om hun conservatisme. Bovendien zijn salons sociale ruimtes: bijeenkomsten waarin kunst, gesprek en leven niet gescheiden zijn, maar integraal samenkomen, zoals ook de Parijse literaire salons van de achttiende eeuw dat waren.
De Salons d’Anvers, waaraan deze expo expliciet refereert, volgden die traditie: periodieke tentoonstellingen waarin kunstenaars, critici, verzamelaars en publiek elkaar ontmoetten, discussieerden en kunst niet als afgesloten object maar als levend fenomeen beleefden. Salons herneemt die gedachte niet als reconstructie, maar als actuele praktijk, vanaf de eerste stap in de ruimte.

Lothar Wolleh, Mrs. Magritte, 1967, Coppejans Gallery
Ruimte als gesprekspartner
De foto Mr. Magritte (1967) van Lothar Wolleh is voor galeriehouder Stijn Coppejans een perfecte synthese van deze expo. René Magritte ligt niet in een witte vitrine, maar midden in een interieur. Boven de sofa waarin de kunstenaar lijkt te slapen hangt een kunstwerk. Op de voorgrond is een tapijt prominent aanwezig. Schilderij, meubels en tapijt vormen een artistiek drieluik. Dat is precies wat deze expo wil laten zien: kunst is geen autonome entiteit die je beschouwt, maar een relatie die je aangaat.
Beide ruimtes schipperen tussen interieur en tentoonstelling, zonder ooit in leunstoelretoriek te vervallen. De kunstwerken spelen niet het spel van isolatie, noch dat van versiering. Ze vormen samen met meubels en tapijt een artistieke coalition of the willing. Elk element draagt zijn eigen gewicht, maar bestaat alleen door zijn verhouding met de anderen. Dit is geen kamer vol kunst; het is een kamer van verbanden en verbindingen.

Tim van Steenbergen, Movement in Blue, Ashtari Carpets
De werken en hun rol in het huis
Binnen deze context is het dan ook logisch dat individuele werken dynamische spelers in een gesprek worden. Zo interpreteer ik Movement in Blue van Tim van Steenbergen. Het tapijt van wol en zijde is geen decoratie, maar een handgeknoopte colorfield-painting waarin kleur, ritme en textuur een impliciete dialoog openen.
Een soortgelijke houding zien we in The Same Old Scene (2025) van Koen Kievits. Het tweedelige werk op hout is geen schilderij dat zich alleen op zijn eigen beeldtaal laat lezen. Het werkt bijna architectonisch: het herdefinieert grenzen, wanden, en ruimtelijke relaties. In Salons functioneert dit schilderij als ruimtelijke actor, een structuur die niet alleen uitnodigt tot kijken, maar ook invloed uitoefent op de manier waarop we ons bewegen.

Koen Kievits, The same old scene, 2025, Coppejans Gallery
Andere namen uit de expo verrijken deze lezing. Kunstenaars als Roger Raveel, Günther Uecker, Jan Schoonhoven, Wim Nival en Denmark verschijnen niet als losse episodes, maar als stemmen in een ensemble. Hun werken dragen uiteenlopende geschiedenissen en materiële gevoeligheden in zich. Elk heeft zijn eigen taal, maar geen van hen spreekt in isolatie. Al deze stemmen worden door Salons niet samengebracht om te domineren, maar om relaties te onderzoeken: hoe kunst kan bestaan in het midden van iets anders dan zichzelf.
Deze lezing werkt voor mij omdat de tentoonstelling impliciet erkent dat verbanden niet vanzelf ontstaan. Je kiest, je plaatst, je organiseert. Met exact dezelfde werken had een andere curator, een andere recensent, een ander oog een totaal andere samenstelling kunnen maken. Strakker, minimalistischer, meer hiërarchisch of juist levendiger, eclectischer, speelser. Elk huiselijk tafereel vertelt een ander verhaal, simpelweg omdat relaties betekenis geven. De werken veranderen niet, maar hun samenhang doet dat wel.
Wat betekent verzamelen
Dat brengt me bij de vraag die onder de huid van deze tentoonstelling ligt: Wat betekent verzamelen? In de klassieke betekenis is verzamelen vaak een daad van bezit: het stapelen van objecten, de archivering van waarde, de controle over bronnen van prestige. Maar hier verandert die betekenis. Verzamelen wordt een ethiek van relaties: niet wat je bezit, maar hoe je het samenbrengt. Niet wat het object op zichzelf is, maar wat het doet in relatie tot zijn omgeving.
Die houding heeft diepe wortels. In de negentiende eeuw functioneerden de kunstsalons, zowel in Parijs als in Antwerpen, niet alleen als tentoonstellingen, maar als plaatsen van ontmoeting en debat. Kunstenaars, critici, verzamelaars en publiek kwamen er samen om te spreken over kunst, over smaak, over de evolutie van ideeën. In Antwerpen, bijvoorbeeld, organiseerde de Société royale d’encouragement des Beaux-Arts tussen 1789 en 1938 herhaaldelijk salons waarin schilderkunst en beeldhouwkunst centraal stonden in het culturele leven van de stad. Zulke salons waren geen neutrale ruimtes, maar plekken van dialoog en herijking.
Deze nieuwe expo Salons nodigt uit tot een eigentijdse herinterpretatie van die traditie. De expo vraagt niet om een oordeel in termen van goed of fout, maar om aanwezigheid, aandacht en reflectie. De vraag wordt niet: Wat is belangrijk? maar: Hoe verhouden deze dingen zich tot elkaar? Kunst ontstaat hier niet door afzonderlijke kracht, maar door gedeelde context.
De kunst van samenhang
Misschien is dat wat ik ervaar wanneer ik op beide locaties door de expo flaneer: kunst voelt hier niet als een eiland. Ze nodigt je niet uit om afstand maar om plaats te nemen. Ze vraagt je niet om een stoel aan de kant te schuiven, maar haar nabijheid te ervaren. Menig werk hier krijgt pas zijn energie door wat ernaast, ervoor of erachter staat. Dat is geen gebrek; het is een strategie. Een strategie die ons herinnert dat kijken geen daad van isolatie hoeft te zijn, maar een blik op een groter geheel.
Deze tentoonstelling probeert niets te bewijzen. Ze laat zien wat er gebeurt wanneer kunst niet wordt losgemaakt van haar omgeving, maar er deel van uitmaakt. In Salons nodigt de inrichting uit om te zitten, te blijven, te kijken zonder haast. Werken functioneren hier niet op zichzelf, maar in relatie tot elkaar, tot het tapijt onder de voeten, tot het meubel dat blijft staan. Verzamelen betekent hier kiezen en samenbrengen, niet opstapelen. En precies daarin ligt de kracht van dit salon: het toont hoe kunst vandaag kan worden getoond zonder haar uit het leven te tillen.

Salons, Coppejans Gallery / Ashtari Carpets & Atkris Studio
Dit artikel verscheen reeds eerder bij Galleryviewer.
Ontdek meer van Kunstflaneur.be
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Knap & verrassend ! Ga ik zien.
Zeker doen