Als ik het aantal uitnodigingen in mijn mailbox mag geloven, beleeft de kunstsector gouden tijden. De ene na de andere expo opent de deuren. Nieuwe kunstenaars gaan en verdwijnen met de snelheid van het licht. Maar achter deze gezellige drukte, schuilt een ander verhaal. Althans als we het Artlogic Gallery Report 2025 mogen geloven.

Wat het rapport blootlegt, is dat de hedendaagse galerie zich niet langer veilig weet in haar eigen belofte van schoonheid, ontmoeting en tijd. Ze wankelt, en wie goed leest, hoort ook een zacht gekraak.

Sta me toe om te beginnen met een caveat. Artlogic is een provider van data solutions voor de kunstwereld en dus geen neutrale speler. Maar bundelt de resultaten van ruim 300 galeriehouders wereldwijd. Wat opvalt, is niet zozeer wat er gezegd wordt, maar de toon waarin het gebeurt: bezorgd, gespannen, zonder ademruimte. De galerie als bastion van culturele productie maakt plaats voor een operationele wirwar van spreadsheets, CRM, stress en structureel verlies aan richting.

Waarom het moeilijker wordt om een galerij te runnen (bron: Artlogic)

De marktlogica neemt socio-culturele rol over

De pijnpunten zijn helder: lage vraag van verzamelaars, stijgende kosten, politieke instabiliteit. 63 procent van de galeriehouders zegt dat ze hun werk vandaag zwaarder vinden dan twee jaar geleden. De twee grootste redenen zijn de verminderde vraag van verzamelaars door de economische onzekerheid en de hogere werkingskosten (huur, verzending, …)

Vooral kleine galerieën worden getroffen, en precies zij vormen het levende weefsel van artistieke vernieuwing. Hier debuteren nieuwe namen, wordt risico genomen, wordt gezocht naar kunstenaars die buiten de lijnen durven kleuren. Toch blijken het net deze plekken die het minst overlevingsruimte hebben in een markt die steeds harder draait op schaal, optimalisatie en directe return.

Grote galerieën herpositioneren zich met internationale vestigingen, marketingteams en structurele zichtbaarheid. Kleine spelers blijven achter in een spagaat tussen idealisme en financiële haalbaarheid. Dat is geen tijdelijk ongemak, maar een structurele verarming. Wanneer artistieke ruimte wordt verdrongen door economische noodzaak, verschraalt niet alleen het programma maar ook het ecosysteem waarin kunst überhaupt kan ontstaan.

Het rapport spreekt van “economische onzekerheid” als zou het om een natuurkracht gaan. Dat is voor mij misleidend. Het gaat hier niet om externe schokken, maar om een kunstwereld die steeds dieper ingebed raakt in marktlogica, zonder zich af te vragen wat dat betekent voor haar maatschappelijke en culturele rol. De galerie wordt niet alleen belaagd van buitenaf, maar dreigt ook van binnenuit te imploderen.

De verdwijnende verzamelaar

Het rapport wijst op een andere opvallende trend: het merendeel van de omzet komt van bestaande verzamelaars. Nieuwe verzamelaars blijken steeds moeilijk te binden. Slechts zeven procent van de galerieën haalt het grootste deel van hun inkomsten uit nieuwe verzamelaars. Dat cijfer getuigt van een stagnerende dynamiek, van een systeem dat zichzelf in stand houdt maar niet wil of kan vernieuwen.

Dat hoeft op zich geen ramp te zijn. Kunst is niet gebaat bij modetrends of vluchtige aandacht. Maar de onderliggende realiteit is pijnlijker. Galerieën blijven afhankelijk van een steeds kleiner, vergrijzend netwerk van trouwe kopers, terwijl een jonger publiek zich afwendt of simpelweg niet bereikt wordt. De kunstwereld sluit zich op in haar eigen infrastructuur, haar eigen codes, haar eigen vanzelfsprekendheden. De buitenwereld komt niet meer binnen, omdat niemand nog de deur openzet.

De strategieën die het rapport suggereert - community building, hybride verkoopmodellen, meer ervaring, minder kunstvoorwerp – klinken bekend. Maar ze getuigen ook van een diepe onzekerheid. De galerie is de band met haar publiek kwijtgeraakt, en probeert nu met events en aanwezigheid op het internet dat verlies op te vangen. Wat ontbreekt, is een inhoudelijke heroriëntatie. Niet: hoe bereik ik mijn publiek, maar: wat heb ik dat publiek eigenlijk nog te bieden?

De white cube als werkplek

Een op vier galeriehouders bevestigt burn-out bij hun personeel. Bij grotere teams is het risico zelfs groter dan bij kleinere galerijen. Burn-out is hier geen individueel probleem, maar een symptoom van een sector die zichzelf voorbijloopt. De galerie blijkt geen ruimte van rust of contemplatie meer, maar een werkvloer vol deadlines, verwachtingen, kosten en onzekerheden. De stilte van de tentoonstellingsruimte staat in schril contrast met de interne hectiek.

De meeste galeriehouders zijn tegelijk curator, verkoper, psycholoog, communicatiemedewerker en boekhouder. Tegelijk wordt van hen verwacht dat ze zichtbaar blijven, aanwezig zijn op beurzen, kunstenaars begeleiden en relaties onderhouden. Het is een rol die geen pauze kent. De kunst mag traag zijn, maar de galerie moet rennen.

Opvallend is dat eigenaars de burn-outsignalen bij hun team vaak onderschatten. Slechts drie procent rapporteert burn-out bij collega’s, terwijl medewerkers zelf dat cijfer op elf procent zetten. Die blinde vlek zegt veel. De galerie is nog altijd hiërarchisch georganiseerd, vaak rond één figuur die het gezicht en het geweten van het geheel vormt. Maar de last die dat systeem met zich meebrengt, wordt zelden gedeeld. Transparantie over welzijn blijft taboe, zelfs in een sector die beweert maatschappelijk bewust te zijn.

Technologie als reddingsboei?

Artlogic promoot zijn eigen digitale tools als oplossing. CRM-systemen, geïntegreerde databanken, geautomatiseerde klantrelaties. In een sector die steeds meer op cijfers draait, klinkt dat logisch. En toch wringt het. Technologie neemt werk uit handen, maar vervangt geen betekenis. Kunst is geen conversiepercentage. Een klik is geen ontmoeting. Data geeft inzicht, maar geen diepgang.

Tien procent van de galerieën zegt geen enkele data over hun verzamelaars bij te houden. Volgens het rapport is dat een gemiste kans. Maar misschien zit daar juist een kiem van verzet. Niet alles hoeft meetbaar, controleerbaar of herleidbaar te zijn tot een profiel. Er zijn ook relaties die ontsnappen aan het raster. Er zijn ook kopers die geen nieuwsbrief willen, maar wel geraakt worden door een beeld, een gesprek, een detail.

De vraag is of de sector de moed heeft om dat verlies van controle toe te laten. Of ze nog durft te vertrouwen op intuïtie, op kwetsbaarheid, op niet-weten. Want precies daar, in de open ruimte, ontstaat vaak wat werkelijk telt.

De galerie als keuzeplek

Het rapport eindigt zonder aanbevelingen. Misschien is dat juist de sterkte. De problemen zijn te complex, te diepgeworteld, te veelvormig voor eenvoudige oplossingen. Maar ze vragen wel om keuzes. Wat wil de galerie zijn? Een doorgangshuis voor kunst met rendement, of een plek waar ruimte blijft voor risico, falen en betekenis?

De witte muren kunnen nog steeds bescherming bieden. Niet tegen de wereld, maar tegen de versnelling. De galerie hoeft zich niet aan te passen aan het tempo van de markt. Ze kan ook vertragen, weigeren, herbeginnen. Niet met meer middelen, maar met meer aandacht. Ook niet met bredere netwerken, maar met diepere contacten. Niet met optimalisatie, maar met gezonde twijfel.

Wie het rapport leest, ziet hoe broos het galeriewezen geworden is. Maar in die broosheid schuilt ook de mogelijkheid tot verandering. Niet via groeicurves of data, maar via herbronning. De galerie is een plek van keuzes. Laten we ze niet langer uitstellen.

En ondertussen is deze column achterhaald door de feiten. Deze week las ik in The Art Newspaper dat zowel Tim Blum als Adam Lindemann de galerijdeuren achter zich toetrekken. De kanaries hebben een naam gekregen.


Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder