Blijkt dat het al meer dan twee jaar geleden is dat we voor het eerst met elkaar afspraken in haar studio aan de Antwerpse Scheldekaaien. Vandaag is ze een van de vijf kunstenaars achter The Femmes, een collectief dat beeldende kunst en mode samenbrengt in een beperkte reeks draagbare kunstwerken. In dit interview vertelt Carmen De Vos over het ontstaan van het project en de betekenis van kunst die niet aan de muur hangt, maar letterlijk op straat gedragen wordt.
“Vrouwen dragen vrouwen” klinkt als een leuze, maar ook als een levenshouding. Wat betekent dat voor Carmen De Vos?
Het is meer dan een slogan, het is een noodzakelijke correctie. Te vaak zijn vrouwen onbewust tot concurrenten gemaakt: uit economische noodzaak, culturele reflexen of structurele ongelijkheid. Dit project is een zacht verzet. We dragen elkaar, figuurlijk en letterlijk. Mijn jurk draagt het beeld van een vrouw, maar de vrouw die hem draagt, draagt op haar beurt weer het werk. Er ontstaat een circulaire tederheid, waarin creatie, kwetsbaarheid en kracht samenvloeien.
Hoe is dit collectief tot stand gekomen? Was er iemand die het voortouw nam?
Heel organisch, zoals de beste dingen vaak ontstaan. Het begon met Hua Cai-Prossé, een modeontwerpster die mijn werk al een tijdje volgde. Ze werkt achter de schermen voor modemerken, van ontwerp tot productie, en sinds kort ook geschoold in fotografie. Zij bracht studiegenoot Karen De Vleeschhouwer mee. Daarna volgden Joke Devynck en Joke Raes. Elk met een eigen stem, maar allemaal even hongerig naar samenwerking. Hua heeft de technische knowhow om onze ideeën werkelijkheid te laten worden.

Wat toon jij precies in The Femmes? Hoe is jouw werk geïntegreerd in het project?
Mijn bijdrage bestaat uit een reeks portretten op gekleurde Polaroid, die ik heb bewerkt tot collages. Ze zijn lichtjes absurd, soms speels, soms wrang. Elk beeld krijgt een kort tekstfragment mee. Een zinnetje dat het beeld ondergraaft of juist op scherp zet. Zoals een vrouw die door haar benen kijkt met het onderschrift “Call for action”. Die combinatie van beeld en tekst creëert een dubbelzinnige ruimte waarin de toeschouwer moet navigeren. Het cliché wordt even aangeraakt, maar net op tijd gekeerd.
Wat verandert er voor jou als het beeld niet aan een muur hangt, maar over een lichaam glijdt?
Alles. Een werk dat beweegt, ademt anders. Het leeft. Het stapt de straat op, wordt natgeregend, strekt zich uit over schouders, verslijt. Die vergankelijkheid is essentieel. In een galerie staat een werk stil, bijna plechtig. Maar een jurk moet leven. Wordt niet alleen bekeken, ze wordt doorvoeld, ze botst, zweet, kreukt. Dat maakt het spannend en … eerlijk. Er zit iets extreem ontroerends in het idee dat een kunstwerk mag verdwijnen. Dat het slijt, scheurt, verdwijnt, zoals alles wat leeft.
Zie je textiel als een tijdelijke zijlijn in je praktijk, of is het een richting die je verder wil uitdiepen?
Aanvankelijk was het een experiment, een zijspoor. Maar het heeft zich intussen ontpopt als een eigenzinnige route. Wat we nu tonen, vertrekt nog van bestaand werk dat vertaald is naar kleding. In de toekomst wil ik dat omdraaien: werken maken die van meet af aan ontworpen zijn voor textiel, voor het lichaam, voor beweging. Dat vraagt een andere benadering, een andere gevoeligheid. En dat is precies wat me aantrekt.
Een jurk is geen eindpunt. Ze is een passage, een belichaamde gedachte, een fluistering op stof. In The Femmes worden vrouwen niet aangekleed, maar onthuld. Ze dragen geen mode, ze dragen elkaars stem.
Je hebt het over het verdwijnen van werk. Vrees je dan niet, dat je creaties letterlijk vergaan?
Helemaal niet. Integendeel. Alles wat leeft moet kunnen verdwijnen. Een schilderij aan de muur zal misschien langer meegaan, maar het leeft niet op dezelfde manier. Een jurk die gedragen wordt, leeft voluit en sterft waardig. Die vergankelijkheid is deel van de poëzie. Elk stuk dat verslijt, vertelt dat het écht is geweest.
Voor wie zijn deze jurken bedoeld? Hebben jullie een specifiek publiek voor ogen?
We zijn allemaal vertrokken vanuit wat we zelf graag dragen. Mijn jurk is opvallend, met spaghettibandjes, licht transparant. Niet iedereen voelt zich daar goed in, en dat hoeft ook niet. Ik maak kunst zoals ik ze zelf wil zien. Zonder te denken aan wat verkoopbaar is. De vrouwen die zich aangesproken voelen, zijn meestal diegenen die zich op het kruispunt bevinden van kunst en mode, mensen die niet bang zijn om zichzelf te tonen, te dragen. Niet als camouflage, maar als verlengstuk van wie ze zijn.
De naam The Femmes klinkt bewust universeel én speels. Hoe kwam die tot stand?
Toevallig. Iemand was aan het praten over het Zweedse spiritualistische collectief de FEM en ik verstond dat fonetisch als The Femmes. De klank en de sfeer klopte voor me. Het is meertalig, meerduidig en vrouwelijk zonder belerend te zijn en gelukkig vonden de andere Femmies dat ook.
Hoe was het om als lone cowboy – zoals je jezelf noemt – samen te werken in een collectief?
Uitdagend, maar ook verrijkend. Als fotograaf doe ik alles alleen: ik bouw mijn decor, bepaal mijn licht, regisseer elk detail. Nu moest ik delen, overleggen, luisteren. Dat ging niet altijd vanzelf, maar het bracht nieuwe inzichten. Ieder van ons bracht een andere kracht in. De ene regelde sponsors, de ander planningen of beeldcampagnes. We vulden elkaar aan zonder onze eigenheid te verliezen. En net daarin lag de magie.

Was er volledige artistieke vrijheid, of moest er soms bijgestuurd worden?
Er was veel vrijheid, maar binnen realistische grenzen. Hua bewaakte die grenzen. Zij wist wat technisch mogelijk was. Je kan wel zeggen “doe daar een flamboyante mouw aan”, maar als dat niet draagbaar of produceerbaar is, moet je herdenken. Dat was leerzaam. Je ontdekt hoeveel techniek, detail en precisie er komt kijken bij iets dat op het eerste gezicht ‘gewoon een jurk’ lijkt.
Waar en wanneer kunnen mensen The Femmes ontdekken?
Tijdens de Antwerp Fashion Walk, van 5 tot 9 juni. Onze capsulecollectie is dan te zien in de Huidevettersstraat 42, in een voormalig winkelpand van Ted Baker. Boven tonen we de expo, beneden is het shopgedeelte. Mensen kunnen de jurken aanpassen en kopen – en ook de bijhorende werken. We hebben maar vijftien stuks per creatie, dus wie iets wil, zal er snel bij moeten zijn. Maar zelfs als je niets meeneemt, denk ik dat je geraakt kan worden.
Wat mogen we de komende tijd van jou verwachten?
Ik werk verder aan Love Potion, een groots project dat hopelijk in 2026 uitmondt in een nieuw boek. Daarnaast blijf ik beelden maken. Zoals altijd. Niet omdat ik moet, maar omdat het móet. Het is mijn manier om in de wereld te zijn.
Pre-sale en meer info
EXPO during ANTWERP.FASHION WALK
05-09 Juni 10-18u
Vernissage 06/06/2025 14-20u
Huidevettersstraat 42, 2000 Antwerpen
Ontdek meer van Kunstflaneur.be
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
